Het jaarlijks plafond is gebaseerd op het in de begroting opgenomen bedrag voor wijkinitiatieven verminderd met de jaarlijkse vergoeding voor de werkgroep leden (artikel 4:4 lid 3).
Het college bepaalt hoe de eventueel resterende budgetten worden bestemd. De werkgroep kan daartoe een voorstel indienen bij het College.
Betalingen van een initiatiefbudget vindt plaats aan de hand van de werkelijke kosten voor het initiatief, voor ten hoogste de begrote kosten.
In uitzonderingsgevallen kan van lid 1, lid 8 worden afgeweken, indien de spoedeisendheid van het initiatief daartoe aanleiding geeft en het initiatief niet meer dan € 1.000 behelst. Van deze uitzondering kan door de initiatiefnemer slechts één keer per jaar gebruik worden gemaakt. De budgethouder neemt het beheer over in overleg met de Werkgroep.
Hoofdstuk 4
Artikel 4:7
Subsidieplafond en uitbetaling
Onderdeel van Nadere regels subsidieverstrekking Leidschendam-Voorburg 2019