Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5:9

Hoogte van de subsidie

Onderdeel van Nadere regels subsidieverstrekking Leidschendam-Voorburg 2019

Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks het uurtarief voor peuteropvang vast met de tabel ouderbijdrage peuteropvang. Het uurtarief en deze tabel worden bekend gemaakt op www.lv.nl. 2. Voor de in artikel 5:4 genoemde doelgroepen gelden de volgende maximale subsidiebedragen: Voor de in artikel 5:4, onder a., genoemde doelgroep bedraagt de subsidie per bezette peuterplek het door het college vastgestelde uurtarief per uur tot een maximum van 320 uur per jaar minus de jaarlijkse ouderbijdrage. Voor de in artikel 5:4, onder b, genoemde doelgroep bedraagt de subsidie per bezette peuterplek het door het college vastgestelde uurtarief per uur tot een maximum van 960 uur in anderhalf jaar minus de jaarlijkse ouderbijdrage. Voor de in artikel 5:4, onder c, genoemde doelgroep bedraagt de subsidie per bezette peuterplek het door het college vastgestelde uurtarief per uur tot een maximum van 480 uur in anderhalf jaar. De kosten van de eerste 50% van het VE-aanbod worden vergoed door de gemeente (subsidieregeling) of door de Belastingdienst (kinderopvangtoeslag), na aftrek van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage. De overige 50% van de kosten van het VE-aanbod worden volledig door de gemeente vergoed. Voor de praktische berekening van de hoogte van subsidies wordt verwezen naar het format subsidieaanvraag peuteropvang en VVE 2021. Burgemeester en wethouders stellen een VE-toeslag beschikbaar aan houders die in het LRK geregistreerde voorschoolse educatie aanbieden. Deze VE-toeslag bedraagt een vast bedrag per VE-groep per jaar, ongeacht het aantal bezette peuterplekken VE. Deze toeslag wordt jaarlijks, tegelijkertijd met het uurtarief, door het college vastgesteld. Het definitieve subsidiebedrag wordt na afloop van de subsidieperiode, op basis van een volledig ingevuld format eindrapportage, door burgemeester en wethouders vastgesteld. Deze vaststelling vindt plaats op basis van het werkelijke aantal bezette VE-peuterplekken, het uurtarief en het totaal in rekening gebrachte ouderbijdragen; Als de houder minder bezette peuterplekken heeft gerealiseerd dan het aantal waarop de hoogte van de subsidieverlening was gebaseerd, heeft dit terugvordering tot gevolg. 6. . Als de houder meer bezette peuterplekken zal realiseren dan oorspronkelijk aangevraagd, dient de houder de gemeente tijdens het lopende subsidiejaar hiervan op de hoogte te stellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel