In het beleidsplan Integrale veiligheid is ondermijning een prioritair thema. Een belangrijk onderwerp hierbij is productie van- en handel in drugs. Om hiertegen goed op te kunnen treden is een specifieke handhavingsaanpak nodig. Daarom is in aanvulling op de algemene handhavingsstrategie die in het beleidsplan toezicht en handhaving 2018- 2022 is opgenomen een aparte handhavingsstrategie voor dit onderwerp opgesteld. Deze strategie is gebaseerd op regionaal beleid, maar is lokaal ingevuld.
Al enkele jaren wordt er op zowel landelijk niveau als op decentraal niveau gewezen op het belang van een integrale aanpak van drugsproductie. De productie van en handel in (onder meer) hennep, cocaïne en synthetische drugs is een vorm van zware georganiseerde criminaliteit dat de samenleving ondermijnt en waarmee enorme criminele winsten zijn gemoeid. Sinds de wijziging van de Opiumwet in 2007 kan de burgemeester drugspanden sluiten als er drugs aanwezig zijn in het pand. Naast de strafrechtelijke aanpak is het door deze wetswijziging dus ook mogelijk geworden om de drugscriminaliteit bestuursrechtelijk aan te pakken.
Daarnaast zijn er ook woningen en panden die een grote rol spelen in de handel van drugs, maar waarbij tijdens een instap van de politie geen drugs worden aangetroffen. Deze panden spelen dan wel een rol in het voorbereiden van de drugsproductie. De aanwezigheid van goederen zoals versnijdingsmiddelen, kweektenten, geldtelmachines of drugsverpakkingen duiden op deze voorbereidingshandelingen. Dergelijke panden, maar ook winkels die deze goederen verkopen, spelen een grote rol in het in stand houden van de handel in en productie van drugs. Per 1 januari 2019 vallen deze goederen ook onder artikel 13b van de Opiumwet, waardoor de burgemeester panden waar dergelijke goederen worden aangetroffen nu ook (tijdelijk) kan sluiten.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.1