Op grond van de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet is het verboden een middel als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst I (harddrugs) en II (softdrugs), dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen, te telen, te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken of te vervoeren, aanwezig te hebben en te vervaardigen.
Voor de bestuursrechtelijke handhaving van de verboden genoemd in de artikelen 2 en 3 Opiumwet is artikel 13b Opiumwet opgenomen. Op basis van artikel 13b heeft de burgemeester de bevoegdheid een last onder bestuursdwang op te leggen indien woningen of lokalen, dan wel in of bij woningen of zodanige lokalen behorende erven, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Bij de aanwezigheid van een hoeveelheid drugs in een pand die groter is dan een hoeveelheid voor eigen gebruik, is in beginsel aannemelijk dat die drugs bestemd zijn voor verkoop, aflevering of verstrekking, indien het tegendeel niet aannemelijk wordt gemaakt. De enkele ontkenning dat de drugs bestemd waren om te worden verhandeld, is daartoe onvoldoende.
Toepassing van artikel 13b Opiumwet is een vorm van bestuursrechtelijk optreden, waarbij het in beginsel niet van belang is of de eigenaar, exploitant, huurder, gebruiker of een derde de overtreding heeft begaan. De feitelijke constatering van een overtreding van de Opiumwet is voldoende om handhavend op te treden.
Bij de toepassing van de bevoegdheid van artikel 13b Opiumwet dient te worden voldaan aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De toepassing van de bevoegdheid moet in ieder geval voldoen aan de eisen van subsidiariteit 1 Het principe dat een centrale of hogere instantie niet doet wat door lagere instantie gedaan kan worden. en proportionaliteit. Uitgangspunt daarbij is de Algemene wet Bestuursrecht. Gelet op de verregaande gevolgen, die aan de toepassing van artikel 13b Opiumwet zijn verbonden, is het gewenst dat aan de uitvoering van dit artikel beleidsregels ten grondslag liggen.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.2