Naar hoofdinhoud
De sluitingsbevoegdheid van de burgemeester betreft een discretionaire bevoegdheid. Dat wil zeggen dat er een belangenafweging wordt gemaakt voordat de bevoegdheid wordt ingezet. Zowel gebruikers als eigenaren hebben er belang bij dat een pand open blijft. De wetgever heeft bewust lokalen en woningen onder het regime van artikel 13b Opiumwet gebracht. Het is inherent aan de keuze van de wetgever dat dit grote gevolgen kan hebben voor de eigenaren en de gebruikers. In de belangenafweging wordt een onderscheid gemaakt tussen de belangen van de eigenaar van de woning, niet zijnde de bewoner, en de belangen van de bewoner. Immers, sluiting van een woning is voor de persoonlijke levenssfeer ingrijpender dan sluiting van een al dan niet voor een publiek toegankelijk lokaal. Op grond daarvan blijkt uit jurisprudentie (Nederlands recht en het EVRM 2 Het EVRM staat voor het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens ) dat ten aanzien van woningen terughoudender met de sluitingsbevoegdheid moet worden omgegaan. De aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs of voorbereidingshandelingen en de gevolgen daarvan voor de openbare orde en veiligheid zijn dermate ernstig dat herstel daarvan als algemeen belang zwaarder weegt dan enkel het financiële belang van de eigenaar. Bij de afweging van de belangen van de bewoner zijn de indicatoren die worden genoemd in paragraaf 3.4.1 en paragraaf 3.4.2 van belang. In de belangenafweging wordt rekening gehouden met alle omstandigheden van het specifieke geval. Ook op basis van een enkele hieronder genoemde omstandigheid kan sprake zijn van een voldoende ernstige situatie om direct over te gaan tot sluiting.

Rechtspraak bij dit artikel