Naar hoofdinhoud
Bij de toepassing van bestuursdwang wordt gekozen voor het sluiten van de gehele woning of het gehele lokaal. Dit is de meest effectieve manier om de met de Opiumwet strijdige situatie te beëindigen en herhaling te voorkomen. Indien sprake is van handel in een woning, waarin kamerverhuur plaatsvindt en de handel in drugs slechts in één van de verhuurde kamers is geconstateerd, kan een gedeeltelijke sluiting van de woning worden overwogen. Het plaatsen van een nieuwe huurder of het verkopen van de woning/lokaal tast de sluitingsbevoegdheid niet aan. De sluiting is feitelijk van aard en brengt met zich mee dat de woning of het lokaal door niemand mag worden betreden gedurende de sluitingstermijn. Bij een feitelijke sluiting dient met het volgende rekening te worden gehouden: Bij het opleggen van een last onder bestuursdwang wordt aan betrokkene een begunstigingstermijn geboden, inhoudend dat betrokkene de mogelijkheid krijgt om binnen een bepaalde termijn vrijwillig het pand te ontruimen en af te sluiten. Doet betrokkene dit niet binnen de vastgestelde termijn, dan gaat de burgemeester over tot ontruiming en sluiting van het pand. Indien er sprake is van minderjarige bewoner(s)/betrokkene(n) wordt melding bij Bureau Jeugdzorg gedaan. Betrokkenen dienen in beginsel zelf voor hun huisraad, huisdieren of alternatieve huisvesting te zorgen. Op verzoek van belanghebbende(n), mits schriftelijk en gemotiveerd, kan de sluiting worden ingetrokken. Absolute voorwaarde voor opheffing van de sluiting is dat het aannemelijk moet zijn dat de situatie zich niet herhaalt/kan herhalen. Na sluiting van de woning of lokaal wordt dit verwerkt in het WKPB 3 WKPB staat voor Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen -register. In dit register worden genoemde beperkingen opgenomen. Indien de sluiting wordt opgeheven of de sluitingstermijn afloopt, wordt dit in het register aangepast.

Rechtspraak bij dit artikel