Naar hoofdinhoud

Artikel 12.

Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en PGB’s

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning De Bilt 2019

1.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening en de daarbij behorende verzekering en onderhoudskosten, dan wel PGB, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening en de daarbij behorende verzekering en onderhoudskosten gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het PGB wordt verstrekt 2.. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor: Voorzieningen die verstrekt worden aan jeugdigen jonger dan 18 jaar. 3.. De bijdrage, zoals bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste maximaal € 17,50 per bijdrageperiode voor de cliënt of de gehuwde cliënten tezamen. 4.. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd per bijdrageperiode voor: de ongehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt en die een bijdrageplichtig inkomen heeft van minder dan € 27.220; de ongehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en die een bijdrageplichtig inkomen heeft van minder dan € 20.795; de gehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en die een gezamenlijk bijdrageplichtig inkomen heeft van minder dan € 28.713. 5.. De kostprijs van een: maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; PGB is gelijk aan de hoogte van de maatwerkvoorziening. 6.. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of PGB door het Centraal Administratie Kantoor vastgesteld en geïnd. 7.. Het college kan afzien van het opleggen van een eigen bijdrage wanneer er sprake is van toeleiding tot schuldhulpverlening voor een maximale termijn van 6 maanden. 8.. Het college stelt bij nadere regeling de kostprijs van een maatwerkvoorziening of het toegekende PGB voor de aanschaf van een traplift vast waarbij het goedkoopst adequate tarief leidend is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel