De aanvraag voor een briefadres wordt in ieder geval afgewezen, indien:
a. de aanvrager een woonadres heeft, anders dan bedoeld in artikel 2, tweede en derde lid, van deze beleidsregel;
b. geen van de redenen als bedoeld in artikel 2 van deze beleidsregel van toepassing is;
c. niet wordt voldaan aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van deze beleidsregel;
d. het een adres betreft waar reeds aan twee alleenstaanden of aan twee gezinshuishoudens of aan één alleenstaande en één gezinshuishouden een briefadres is verleend;
e. er een onderzoek loopt naar de verblijfplaats van de briefadresgever;
f. het briefadres een postbus is;
g. het briefadres geen bestaand adres in de BRP is;
h. het briefadres een adres betreft waar geen personen staan ingeschreven, tenzij de briefadresgever een rechtspersoon betreft als bedoeld in artikel 3 zesde lid.