In deze verordening wordt verstaan onder:
eigenaar:
degene die bevoegd is tot het in gebruik geven van die woonruimte of een gebouw;
huishouden:
een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren;
huurprijs:
de huurprijs per maand zoals bedoeld in artikel 5 Wet op de huurtoeslag;
huurprijsgrens:
de subsidiabele huurprijs per maand zoals genoemd in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag;
koopprijs:
de prijs die voor de enkele koop van een woonruimte daadwerkelijk is of zal worden betaald;
koopprijsgrens:
het grensbedrag als bedoeld in artikel 15 van de Wet bevordering eigenwoningbezit;
onttrekken:
het geheel of gedeeltelijk onttrekken van woonruimte aan de bestemming tot bewoning, het samenvoegen van woonruimten en het omzetten van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte;
onttrekkingsvergunning:
de vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet;
splitsen:
het verdelen van het eigendom van een woongebouw in meerdere afzonderlijke appartementsrechten als bedoeld in artikel 22 van de wet;
splitsingsvergunning:
de vergunning als bedoeld in artikel 22 van de wet;
wet:
de Huisvestingswet 2014;
woonruimte:
besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden;
woning:
gebouwde onroerende zaak voor zover deze bestemd is om als zelfstandige woonruimte te worden gebruikt alsmede de onroerende aanhorigheden.
Hoofdstuk 1
Artikel 1