Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Huisvestingsverordening tweede woningen 2019

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. hoofdverblijf: de centrale levensplaats van een persoon, waar zich naar omstandigheden het middelpunt van zijn persoonlijke en economische belangen bevinden; b. huishouden: een alleenstaande dan wel twee of meerdere personen met of zonder kinderen, die een gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te voeren; c. permanente bewoning: het gebruiken van een woonruimte als hoofdverblijf; d. tweede woning: woonruimte die niet gebruikt wordt als hoofdverblijf; e. vergunning: vergunning als bedoeld in artikel 3, eerste lid van deze verordening; f. wet: Huisvestingswet 2014; g. woonruimte: besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden, en die volgens het vigerende bestemmingsplan de bestemming “wonen” of “gemengd” heeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel