Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1.

HOEKSCHE WAARDS ERFGOED: WAARD OM TE BESCHERMEN

Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Hoeksche Waard houdende regels omtrent het erfgoedbeleid

Het is al meerdere malen via diverse wijzen uitgesproken; de Hoeksche Waard is een bijzonder gebied. Het Nationale Landschap wordt gevormd door landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten. Al in 2008 werden deze kernkwaliteiten beschreven in de Structuurvisie Hoeksche Waard. De drie kernkwaliteiten die reeds benoemd zijn, zijn het polderpatroon, het reliëf van kreken en dijken en de openheid van het gebied. Door de vruchtbare zeekleigronden wordt het landschap door de landbouw gedragen. Verder zijn de rivieren belangrijke landschappelijke elementen. Het vergt aandacht om de kernkwaliteiten te behouden of waar mogelijk te versterken. Het is een kans nieuwe ontwikkelingen toe te staan door deze te verbinden aan bestaande ruimtelijke structuren en deze te behouden, te versterken en te verbinden. Een goede overgang tussen de bebouwing en het landschap is belangrijk. Het landschap zorgt voor de beleving van rust en ruimte en heeft daarmee een eigen identiteit ontwikkeld. Gezien de ligging van de Hoeksche Waard ten opzichte van de verstedelijkte gebieden ten noorden en ten oosten zijn deze rust en ruimte bijzondere onderscheidende ruimtelijke kwaliteiten. De afwisseling van de kreken, dijken en het agrarische aspect zorgt voor een boeiend landschap. De hoge belevingswaarde van erfgoedkwaliteiten hebben een positieve gevolg voor aanverwante beleidsterreinen zoals recreatie, toerisme en economie. De ruimtelijke kwaliteit, de herkenbaarheid en identiteit van de afzonderlijke dorpen wordt versterkt door het benadrukken van de kwaliteiten van het aanwezige historische waarden. Op deze wijze draagt erfgoed bij aan de aantrekkingskracht van de gemeente voor zowel inwoners als bezoekers. Een voorbeeld zijn de historische dorpskernen met winkels. Winkelgebieden met een diversiteit aan bijzondere winkels met een eigen karakter hebben een grotere aantrekkingskracht op het winkelend publiek. Een rustig en bescheiden reclamebeeld, historische puien of binnen het historische kader passende puien, die door de ouderdom of architectonische rijkdom sfeer en karakter uitstralen, nodigen uit om te ontdekken. Een combinatie van een karakteristieke winkelstraat en een goed winkelaanbod (beleidsgebied economie) maakt de dorpen zowel voor de inwoners als recreanten een interessante plek om te verblijven. Het ‘vermarkten’ van de historie van de Hoeksche Waard met haar landschap, historische dorpen en iconen zoals molens en bijzondere boerderijen door het aantrekken van toeristen en dagjesmensen zorgt voor een economisch gezond gebied, waarin mensen willen (blijven) investeren. Het helpt daarnaast om de waardering van de eigen inwoners voor het gebied te behouden. Het is daarom van belang dat er bij ontwikkelingen wordt nagedacht over hoe de nieuwe ontwikkelingen zich het beste voegen binnen de aanwezige ruimtelijke kenmerken van het gebied. Het is daarbij niet de bedoeling gebieden op slot te zetten. Het cultuurhistorische landschap van de Hoeksche Waard De bewonings- en inpolderingsgeschiedenis van de Hoeksche Waard heeft een schat aan archeologische en cultuurhistorische waarden opgeleverd. Al ver vóór de Sint-Elisabethsvloed van 1421, zeker al vanaf 2000 voor Christus, waren de hogere oeverwallen langs de rivie¬ren en kreken bewoond. De Binnenbedijkte Maas is nu nog het enige zichtbare restant van het oorspronkelijke rivierensysteem, maar in de ondergrond zijn hiervan nog veel meer sporen terug te vinden. De oude oeverwallen hebben een hoge archeologische verwachtingswaarde. Zo is het bekend dat er in Strijen al vanaf 1250 continu bewoning was. Alle historische dorpskernen in de Hoeksche Waard zijn archeologisch waardevol. De huidige Hoeksche Waard is een mozaïek van polders die vanaf de Middeleeuwen zijn bedijkt. Daarvoor was het oostelijk deel van de Hoeksche Waard al bedijkt (onderdeel van de Groote Waard), maar dit deel is door de Sint-Elisabethsvloed van 1421 verloren gegaan. De Keizersdijk tussen Strijen en Maasdam was de westelijke grens van de Groote Waard. Dit is dus een restant van de oude dijk. Belangrijk is dat de bijzondere ontstaansgeschiedenis afleesbaar blijft in het landschap. Het versterken van de landschappelijke verschillen tussen de poldertypen kan daaraan bijdragen. In de loop van de tijd zijn de polders door ruilverkaveling en egalisaties immers meer op elkaar gaan lijken. Uit cultuurhistorisch oogpunt meest waardevol zijn de oudste opwaspolders, met hun typische ronde vorm. Het Oude Land heeft een bijzondere kleinschalige veenverkaveling. De zuidelijke aanwaspolders worden gekenmerkt door hun schilvormige structuur met doorzichten van dijk tot dijk. Bijzonder is dat het patroon van de latere dijken nog vrijwel geheel intact is. De veelal beplante binnendijken zijn beelddragers van het landschap. De vorm van de polder en het profiel van de dijken zeggen iets over de periode van inpoldering. De vroegste polders dateren uit de 15e eeuw. Vanaf de 17e eeuw tot in de 20e eeuw zijn in de randzone van de Hoeksche Waard kleinere aanwaspolders ingedijkt, soms als herbedijking na een overstroming. Omdat naar de randen toe de waterdynamiek toeneemt, was het moeilijker om nog land te winnen en worden de polders steeds kleiner. Buiten de onbeplante hoofdwaterkering liggen nog enkele buitendijkse landen, die nooit zijn ingepolderd of zelfs actief zijn ontpolderd, zoals het eiland Tiengemeten. Het dijken- en krekenpatroon is in zijn geheel waardevol. Daarbinnen zijn er verschillende typen dijken en kreken te onderscheiden en zijn er gave en minder gave delen, maar juist de samenhang is kenmerkend voor de Hoeksche Waard. Datzelfde geldt voor de verschillende dorpstypen, die gekoppeld zijn aan het dijken- en krekenpatroon. Kaart met de landschappelijke karakteristieken in de Hoeksche Waard Het polderland van de Hoeksche Waard lijkt vlak, maar kent subtiele hoogteverschillen die verbonden zijn met de oudste geschiedenis van vóór de inpoldering. De krekenstructuur is goed terug te zien op hoogtekaarten. De hogere dijken voegen een extra dimensie toe: vanaf de dijkwegen heeft de toeschouwer een heel andere beleving dan in de polder. Behoud en versterking van de kwaliteit van de open ruimten is een uitgangspunt voor het Nationaal Landschap. Dit betekent enerzijds het behoud van grote ruimtematen en lange zichtlijnen en anderzijds de vormgeving van fraaie groene randen om de open ruimten. De cultuurhistorie van de dorpen In cultuurhistorisch opzicht is het gave dijkenpatroon met de verschillende dorpstypen bijzonder waardevol. Dit vertelt veel over de geschiedenis van het landschap. Daarbinnen liggen monumentale boerderijen en andere waardevolle bebouwingsstructuren en bijzondere landschapselementen, zoals de windmolens met de bijbehorende molenbeschermingszones en de oude haven kanalen. Ook de waterstructuren en de historische waterwerken zijn cultuurhistorisch waardevol, omdat zij getuigen van de eeuwenlange strijd tegen het water. De dorpen in de Hoeksche Waard zijn nauw verbonden met de inpolderingsgeschiedenis. Veel nederzettingen zijn gekoppeld aan de dijken of aan het water. Dit heeft tot verschillende typen dorpen geleid, met een eigen stedenbouwkundige structuur. Belangrijkste hoofdgroepen zijn de voorstraatdorpen en de dijkdorpen, daarnaast zijn er nog rivierrug- en kreekrugdorpen. Er zijn ook combinatietypen zoals voorstraatdorpen. In de loop van de inpoldering zijn sommige dorpen van het buitenwater afgesneden. Havenkanalen werden gegraven om toch een vaarverbinding te houden. Voorbeelden zijn de havenkanalen van Strijen, Numansdorp, Goudswaard en Piershil. Andere dorpen, zoals Nieuw-Beijerland, Oud-Beijerland, Puttershoek, Strijensas en Nieuwendijk hebben nog steeds een eigen haventje aan het buitenwater. In ’s-Gravendeel is de oude haven gedempt. De Hoeksche Waard buiten haar gemeentegrens op de kaart brengen Wij streven ernaar om de Hoeksche Waard en haar verhaal ook verder dan onze gemeentegrenzen te brengen. Door samenwerking te verstevigen met buurgemeenten (en provincies), Erfgoedhuis Zuid-Holland, Provincie Zuid-Holland en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) beogen wij om de bijzondere betekenis die de Hoeksche Waard heeft voor provincie en land te versterken. De samenwerking met Erfgoedhuis Zuid-Holland en de RCE krijgen vorm door een regelmatig contactmoment om zo goed op de hoogte te blijven van ontwikkelingen en het inspringen op kansen die ontstaan. Provincie Zuid-Holland heeft een beleidsvisie die loopt van 2017- 2020. Wij zien kansen om de Hoeksche Waard in de aanloop naar nieuw beleid onder de aandacht te brengen. Provincie Zuid-Holland heeft in haar huidige beleid 7 ‘erfgoedlijnen’ bestempeld. Een erfgoedlijn is als volgt gedefinieerd: “Een geografische structuur (kust, trekvaart, oude duinenrij, eiland, etc.), die meerdere monumentale stippen met één gemeenschappelijk historisch verhaal verbindt tot één streep of lijn op de kaart. De erfgoedlijnen zijn ensembles van erfgoed, landschap en water, die kwaliteit verschaffen aan de ruimte en beschikken over groot recreatief en toeristisch potentieel”. Let wel: de bij de erfgoedlijnen behorende netwerken van monumenten en daarbij behorende belanghebbende partijen zijn hiermee dus op twee manieren afgegrensd: via de geografie én het verhaal van de erfgoedlijn. De erfgoedlijnen maken belangrijke hoofdstukken uit de geschiedenis van Zuid-Holland weer beleefbaar. De huidige erfgoedlijnen zijn: De Limes (leven in Romeinse tijd), De Waterdriehoek (St. Elisabethsvloed, watermanagement, baggerindustrie), Goeree Overflakkee (leven met het water als vriend en vijand) De Landgoederenzone (de landelijke tegenhanger van de Hollandse grachtengordels uit de Gouden Eeuw en Pruikentijd) De Oude Hollandse Waterlinie (het Rampjaar 1672) De Historische Trekvaarten (massavervoer over water vóór de komst van de trein) De Atlantikwall (vijf jaar bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog) In het huidige Hoofdlijnenakkoord worden géén nieuwe erfgoedlijnen benoemd, die voor provinciale subsidie in aanmerking komen. Na de verkiezingen van Provinciale Staten is er ruimte om hierover in gesprek te gaan met de provincie. Wij zullen, optrekkend met de Commissie Cultureel Erfgoed, een trefzekere analyse van de Hoeksche Waard en haar onderdelen te maken en een scherpe kwalitatieve duiding aan de huidige situatie te geven. Zo voldoen we aan het ‘Kwaliteitsadvies Erfgoedlijnen’ van de Provinciale Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit (PARK). Bijzonder om nog te benoemen is de aansluiting van Fort Buitensluis in Numansdorp op de Zuiderwaterlinie. Wij trekken samen op met de buurgemeenten die hierop ook aansluiting hebben en onderzoeken mogelijkheden om de Zuiderwaterlinie te versterken, inclusief de positie van Fort Buitensluis. Woonhuis West-Voorstraat 1 Oud-Beijerland, gebouwd in de 18de eeuw thans kantoor (gemeentelijk monument)

Rechtspraak bij dit artikel