Indien gebleken is dat een houder van een kindercentrum, een gastouderbureau of een voorziening voor gastouderopvang niet voldoet aan één of meer kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en onderliggende regelgeving, start het college in beginsel een herstellend handhavingstraject. Dit traject is gericht op beëindiging van de overtreding(-en) en op voorkoming van herhaling van de overtreding(-en).
Bij het uitvoeren van een herstellend handhavingstraject hanteert het college de volgende stappen:
stap 1: aanwijzing als bedoeld in artikel 1.65 Wko;
stap 2: last onder dwangsom/last onder bestuursdwang;
stap 3: exploitatieverbod als bedoel in artikel 1.66,eerste lid, Wko;
stap 4: intrekken van de beschikking tot toestemming tot exploitatie en verwijdering van de registratie uit het landelijk register kinderopvang als bedoeld in artikel 1.46 Wko.
Indien de aard van de overtreding hiertoe aanleiding geeft, kan het college besluiten om een bepaalde stap of bepaalde stappen in het herstellende traject over te slaan dan wel meerdere keren toe te passen.
De duur van de hersteltermijn is afhankelijk van de prioriteit die is toegekend aan de kwaliteitseis zoals afgeleid kan worden uit het afwegingsoverzicht (bijlage 1).
Bij het geven van een aanwijzing gelden in beginsel de volgende hersteltermijnen:
prioriteit hoog: maximaal 2 weken;
prioriteit gemiddeld: maximaal 2 maanden;
prioriteit laag: maximaal 6 maanden.
Deze termijnen worden eveneens gehanteerd als begunstigingstermijn, indien ervoor gekozen wordt om een last onder dwangsom / last onder bestuursdwang op te leggen.
Artikel 4 Herstelmaatregel
Artikel 4 Herstelmaatregel
Onderdeel van BELEIDSREGELS HANDHAVING WET KINDEROPVANG GEMEENTE WAALWIJK 2019