Naar hoofdinhoud
1.. Indien gebleken is dat een houder van een kindercentrum, een gastouderbureau of een voorziening voor gastouderopvang niet voldoet aan één of meer kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en alle onderliggende regelgeving, kan het college een herstellend handhavingstraject starten. Dit traject is gericht op beëindiging van de overtreding(-en) en op voorkoming van herhaling van de overtreding(-en) 2.. Bij het uitvoeren van het herstellend handhavingstraject hanteert het college de volgende stappen: stap 1: aanwijzing; stap 2: last onder dwangsom/last onder bestuursdwang, voorafgegaan door een voornemen; stap 3: exploitatieverbod; stap 4: intrekken van de toestemming tot exploitatie en verwijdering van de registratie uit het landelijk register kinderopvang. 3.. Indien de aard van de overtreding hiertoe aanleiding geeft, kan het college besluiten om een bepaalde stap of bepaalde stappen van het herstellende traject over te slaan dan wel meerdere keren toe te passen. 4.. Voor de duur van een hersteltermijn wordt een termijn gehanteerd van 4 weken. 5.. De hersteltermijn, zoals genoemd in lid vier, geldt niet voor een aan bestuursdwang en dwangsom voorafgaande vooraankondiging waarmee de houder of gastouder enkel de gelegenheid krijgt tot het indienen van een zienswijze tegen het voornemen een herstellende sanctie toe te passen. De termijn voor het indienen van een zienswijze is 2 weken 6.. Indien de aard van de overtreding hiertoe aanleiding geeft, kan het college besluiten om af te wijken van de in lid vier en vijf genoemde termijnen.

Rechtspraak bij dit artikel