Naar hoofdinhoud
1.. Het college kan een bestuurlijke boete opleggen bij: alle overtredingen, zoals opgenomen in het afwegingsoverzicht in de bijlage; exploitatie zonder toestemming van het college burgemeester en wethouders; niet onverwijld melden van wijzigen aan het college van burgemeester en wethouders van in het landelijk register kinderopvang opgenomen gegevens; overtreding van een norm zoals genoemd in het afwegingsoverzicht onder ‘overige overtredingen’. 2.. Als het college voornemens is een bestuurlijke boete op te leggen, geeft hij de overtreder daarvan kennis onder de vermelding van de gronden waarop het voornemen berust en overlegging van het rapport. 3.. De termijn, zoals genoemd in lid twee, geldt niet voor een aan bestuurlijke boete voorafgaande vooraankondiging waarmee de houder of gastouder enkel de gelegenheid krijgt tot het indienen van een zienswijze tegen het voornemen een bestuurlijke boete op te leggen. De termijn voor het indienen van een zienswijze is 2 weken. 4.. Indien de aard van de overtreding hiertoe aanleiding geeft, kan het college besluiten om af te wijken van de in lid drie genoemde termijn.

Rechtspraak bij dit artikel