Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 5

Samenstelling

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten

1.. Het algemeen bestuur bestaat uit maximaal 25 leden. 2.. De colleges wijzen uit hun midden minimaal twee en maximaal vijf collegeleden aan om zitting te nemen in het algemeen bestuur. De colleges informeren de raden over de aanwijzing, bedoeld in de vorige zin. 3.. De colleges kunnen voor ieder lid tevens één plaatsvervangend lid uit hun midden aanwijzen, dat het lid bij verhindering of ontstentenis vervangt. Hetgeen in deze regeling is bepaald ten aanzien van een lid van het algemeen bestuur is van overeenkomstige toepassing op het plaatsvervangend lid, tenzij de regeling anders bepaalt. 4.. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op het tijdstip waarop de zittingsperiode van het college afloopt. 5.. Het lidmaatschap eindigt tevens bij beëindiging van het lidmaatschap van het college waaruit het lid is aangewezen. 6.. Indien tussentijds een zetel van een lid van het algemeen bestuur vacant komt, wijst het college van de betreffende gemeente zo spoedig mogelijk een nieuw collegelid aan. 7.. Bij het bestaan van één of meer vacatures blijven de resterende bestuursleden bevoegd besluiten te nemen.

Rechtspraak bij dit artikel