Het onderzoek wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de Werkgeverscommissie en met gebruikmaking van de onderzoeksbevoegdheden die hij als werkgever heeft.
Er zijn bepaalde bevoegdheden, die niet in het CAR/UWO staan, waarvan een werkgever gebruik kan maken om zijn werknemers te controleren, indien het vermoeden bestaat dat zijn werknemers zich niet gedragen als een ‘goed werknemer’ (artikel 15:1 CAR/UWO) dat hoort te doen. Deze bevoegdheden zijn dan gebaseerd op jurisprudentie en analoge toepassing van artikel 7:611 Burgerlijk Wetboek in het ambtenarenrecht.
De onderzoeksprocedures en -strategieën worden, na overleg met de Werkgeverscommissie, door de onderzoekende instantie vastgesteld. Bij het bepalen van de procedures, strategieën en methoden van onderzoek worden de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit toegepast. Onder subsidiariteit wordt verstaan, dat bij de afweging welke procedure, strategie of methode wordt toegepast, gekozen wordt voor de variant die het minst ingrijpend is. Volgens het proportionaliteitsbeginsel wordt gekeken naar een redelijke verhouding tussen middel en doel (evenredigheid).
De onderzoekende instantie zal bewijs niet onrechtmatig, dat wil zeggen niet in strijd met wet- en regelgeving of jurisprudentie vergaren.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.1
Bevoegdheden
Onderdeel van Protocol integriteitonderzoeken Purmerend 2019 Griffie