Naar hoofdinhoud
In deze beleidsregel wordt verstaan onder: ASV: Algemene Subsidieverordening 2014; beroepskracht voorschoolse educatie: Degene die als beroepskracht werkzaam is en belast is met voor-schoolse educatie en die voldoet aan de opleidingseisen en scholingseisen, bedoeld in artikel 1.50b, onderdeel a van de Wet kinderopvang; buitenschoolse opvang plus: Buitenschoolse opvang voor kinderen met een ondersteuningsvraag; college: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht; dagopvang: Opvang voor kinderen van 0 tot 4 jaar in een kindercentrum; doelgroeppeuter: Kind van 2,5 tot 4 jaar dat ingeschreven staan in de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente Utrecht, met een door de Jeugdgezondheidszorg Utrecht afgegeven indicatie voor voorschoolse indicatie; doorgaande leerlijn: Verdeling van het curriculum over de schooljaren waarbij leerinhoud en het onderwijsresultaat van verschillende schooltypen (voorschoolse educatie), primair onderwijs, voortgezet onderwijs en vervolgonderwijs) naadloos op elkaar aansluiten; educatief partnerschap: Ouders nemen hun rol in het ondersteunen van hun kind ten behoe-ve van de ontwikkeling van het kind thuis, op (voor)school en in de wijk. Ouders en betrokken medewerkers werken goed met elkaar samen in het belang van de ontwikkeling van het kind; gemengde groep: Een groep kinderen op een kindercentrum die voorschoolse educatie ontvangen, waarin zowel kinderen met als zonder risico op taalachterstand zitten; groep: Een groep kinderen in de kinderopvang, waarbinnen gelijktijdig maximaal 16 kinderen worden opgevangen; horizontale groep: Een groep kinderen, in kortdurende- of dagopvang, die dezelfde leeftijd hebben of in dezelfde ontwikkelingsfase zitten; kindercentrum: Een voorziening waar kinderopvang plaatsvindt, anders dan gastouderopvang, zoals bedoeld in artikel 1.1. van de Wet kinderopvang en opgenomen in het Landelijk Register Kinderopvang; kinderen met ondersteunings-vraag: Kinderen die extra ondersteuning nodig hebben vanwege een zorgvraag of uitingen in het gedrag. Dit kan zowel internaliserend- als externaliserend gedrag zijn, of bij een (vermoeden van) een ontwikkelingsachterstand; ‘kinderopvang plus’: Het bieden van passende ondersteuning aan kinderen met een ondersteuningsvraag door voldoende capaciteit beschikbaar te stellen binnen de reguliere kinderopvang in de leeftijd 0-12 jaar; kinderopvangtoeslag: Tegemoetkoming van het rijk in de kosten van kinderopvang; kindplaats: Een plaats voor een kind in een kindercentrum. Eén kindplaats kan voor een heel kalenderjaar door één kind worden bezet of door meerdere kinderen voor evenredige delen van dat jaar; kindvolgsysteem: Een systeem waarin periodiek de voortgang van de ontwikkeling van een kind wordt geregistreerd; kortdurende opvang: Opvang van kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar voor een paar uur per dag; mbo met een associate degree: Praktijkgerichte tweejarige opleiding die een plus vormt op een mbo-diploma; passende kinderopvang: Overkoepelende term voor de ontwikkeling om, in lijn met passend onderwijs, kinderen met een ondersteunings- of zorgvraag een passende plek te bieden binnen de reguliere kinderopvang en daarbij goed aan te sluiten binnen het Utrechtse zorglandschap; partners kinderopvang: De partijen en partners waarmee de kinderopvangaanbieder van voorschoolse educatie en kinderopvang plus samenwerkt voor het bieden van passende ondersteuning voor kinderen. Onder andere, maar niet uitputtend, zijn dit: scholen, andere kinderopvangpartijen, Dock, de jeugdgezondheidszorg, buurtteam, samenwerkingsverband primair onderwijs, aanvullende jeugdhulppartijen; peuter: Kind van 2,5 tot 4 jaar dat ingeschreven staat in de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente Utrecht; school: De school of onderwijsinstelling zoals bepaald volgens de Wet op het primair onderwijs; schoolbestuur: Wettelijk erkend bevoegd gezag dat de school beheert en bestuurt; schooljaar: Conform het schooljaar regio Midden Nederland; sociaal medische indicatie: een schriftelijk advies van een daartoe door het college aangewezen deskundige dat de noodzaak van kinderopvang gemotiveerd omschrijft; social return: De gemeente investeert samen met haar subsidieontvangers in de sociale infrastructuur van gemeente en regio. Een van de instrumenten om dit te doen is social return. Social return maakt het mogelijk dat investeringen die de gemeente doet naast het ‘gewone’ rendement, ook een concrete sociale winst opleveren; taakuren: Uren die worden ingezet voor indirecte werkzaamheden ten behoeve van voorschoolse educatie. Tijdens de taakuren wordt de beroepskracht niet meegerekend bij het bepalen van de beroepskracht-kindratio op de groep; toeleidingsmonitor voor-schoolse educatie: Door de gemeente gebruikte monitor die moet zorgen voor een sluitende aanpak van indicatiestelling tot plaatsing: dat elke doel-groeppeuter voorschoolse educatie ontvangt; voorschoolse educatie: Intensieve educatie voor kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar op basis van een door het NJI goedgekeurd programma dat gericht is op het verbeteren van de voorwaarden voor het met succes instromen in het basisonderwijs voor kinderen die nog niet tot een school kunnen worden toegelaten; voorschoolse educatie plus: ‘kinderopvang plus’ op de voorschool voor kinderen die naast een risico op taalachterstand ook een zorgvraag hebben; voorschoolse voorziening: Kindercentrum waar voorschoolse educatie wordt uitgevoerd en als zodanig is geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang; vroegschoolse educatie: Uitvoering van een programma, gericht op het verbeteren van de voorwaarden voor het met succes doorstromen in het basisonder-wijs, dat wordt verzorgd in groep 1 en 2 van een basisschool als vervolg op de voorschoolse educatie; vroegschool: Een school die vroegschoolse educatie aanbiedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel