6.1 Uitvoeren van voorschoolse educatie
Deze subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd voor een periode van 4 jaar.
De activiteiten bestaan uit:
1. het bieden van minimaal 16 uur per week voorschoolse educatie aan doelgroeppeuters;
2. taakuren voor voorbereidingstijd, vroegsignalering van de ondersteuningsbehoefte van kinderen, doorverwijzing waar nodig, het stimuleren van educatief partnerschap met ouders en afstemming met de vroegschool;
3. inrichting van de organisatie op extra werkzaamheden ten behoeve van de uitvoering van voor-schoolse educatie;
4. materialen voor voorschoolse educatie;
5. permanente educatie van de beroepskrachten voorschoolse educatie;
6. de inzet van een hbo’er of mbo’er met een associate degree voor minimaal 50% van de dagdelen.
Op basis van de Nota van uitgangspunten voorschoolse educatie 2020-2023 gelden voor de uitvoering van voorschoolse educatie de volgende eisen:
Kwalitatief hoogwaardig aanbod
• alle bestaande groepen met voorschoolse educatie binnen de organisatie waar subsidie voor wordt aangevraagd voldoen aan alle kwaliteitseisen bij of krachtens de Wet kinderopvang en het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie;
• tijdens de groepsmomenten voorschoolse educatie is ten minste 50% van de dagdelen een hbo- of mbo met associate degree beroepskracht aanwezig;
• uw kindercentrum werkt met een programma voor voorschoolse educatie dat erkend is door het Nederlands Jeugdinstituut en een daarop aansluitend kindvolgsysteem.
Hoog bereik
• u ondersteunt ouders indien nodig bij de aanvraag voor kinderopvangtoeslag bij de Belastingdienst of het aanvragen van een sociaal-medische indicatie, wanneer ouders (door sociale- of medische redenen) geen recht hebben op kinderopvangtoeslag.
Eenvoud in de uitvoering
• doelgroeppeuters ontvangen in een periode van 1,5 jaar 960 uur voorschoolse educatie. Dit wordt per jaar verdeeld over minimaal 16 uur per week, met een minimum van 4 en een maximum van 6 uur per dag in minimaal 3 dagdelen voor een periode van minimaal 40 weken;
• u biedt in een periode van 1,5 jaar maximaal 300 uur opvang aan niet-doelgroep peuters van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag.
Onderstaande verplichtingen gelden na ontvangst van de subsidie uitvoeren van voorschoolse educatie:
Kwalitatief hoogwaardig aanbod
• u verankert het Utrechts kwaliteitskader voor de educatie van het jonge kind en het Utrechts Taalcurriculum 1 in uw pedagogisch beleid. U draagt hierdoor bij aan het borgen en door-ontwikkelen van dit beleid, met als doel versterking van de kwaliteit van de voorschoolse educatie;
• u zet in op een gelijkwaardige samenwerking met ouders en heeft educatief partnerschap met ouders geborgd in uw beleid;
• u zoekt aantoonbaar samenwerking met basisscholen in het kader van de doorgaande leerlijn. U realiseert voor iedere doelgroeppeuter een warme overdracht naar de basisschool.
Hoog bereik
• u werkt met de toeleidingsmonitor voorschoolse educatie en draagt bij aan de gemeentelijke en landelijke monitoringsafspraken voor- en vroegschoolse educatie;
• u participeert met andere aanbieders van voorschoolse educatie in een platform, waar u gezamenlijk afspraken maakt over de kwaliteit en spreiding van het aanbod voorschoolse educatie, monitoring van de resultaten van voorschoolse educatie en streeft naar het realiseren van een bereik van minimaal 95% van de doelgroeppeuters in Utrecht;
• u neemt deel aan onderzoeken die vanuit, of in samenwerking met, de gemeente in het voor-schoolse veld geïnitieerd zijn of worden;
• wanneer er sprake is van een wachtlijst voor uw groep met voorschoolse educatie geeft u voorrang aan plaatsing van doelgroeppeuters;
Eenvoud in de uitvoering
• u voert bij aanmelding van peuters van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst een inkomenstoets uit als basis voor facturering aan de ouders en aan de gemeente. Kindplaatsen voor peuters van 2,5 tot 4 jaar kunnen alleen aan de gemeente gefactureerd worden wanneer er een getekende betalingsovereenkomst is;
• voor doelgroeppeuters waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag kunt u de volgende kosten factureren aan de gemeente: het aantal afgenomen uren X € 8,02 minus de bij ouders in rekening gebrachte eigen bijdrage. Voor 1,5 jaar kunnen maximaal 960 uren per kind in rekening gebracht worden bij de gemeente;
• voor niet-doelgroeppeuters waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag kunt u de volgende kosten factureren aan de gemeente: het aantal afgenomen uren X € 8,02 minus de bij ouders in rekening gebrachte eigen bijdrage. Voor 1,5 jaar kunnen maximaal 300 uren per kind in rekening gebracht worden bij de gemeente.
Inzet op kinderen die het nodig hebben
• uw activiteiten komen vooral ten goede aan doelgroeppeuters. Wel streeft u naar menging op de groep met niet-doelgroeppeuters;
• om horizontale groepsmomenten te kunnen creëren, zijn er op het kindercentrum minimaal 8 peuters ingeschreven, waarvan minimaal 2 doelgroeppeuters (gemiddeld per jaar;
• u realiseert samen met partners een duurzame en doorlopende ondersteuningsstructuur voor 0-6 jaar en u zet zich actief in om deze samenwerking te versterken.
6.2 Bieden van ‘kinderopvang plus’
Deze subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd voor een periode van 1 jaar.
De activiteiten van ‘kinderopvang plus’ zijn aanvullend ten opzichte van de reguliere activiteiten op basis van wettelijke eisen en taken van de kinderopvang en de gestelde eisen voor het aanbieden van voorschoolse educatie.
De activiteiten van ‘voorschoolse educatie plus’ bestaan uit:
• u stelt voldoende capaciteit beschikbaar om kinderen met een ondersteuningsvraag de ondersteuning te bieden die zij nodig hebben;
• u realiseert een kleinere groep of u biedt de aanvullende ondersteuning aan binnen de voorschoolse educatie groep wanneer het aantal kinderen met een zorgvraag te klein is om een groep rendabel te maken.
De activiteiten voor ‘buitenschoolse opvang plus’ bestaan uit:
• u stelt voldoende capaciteit beschikbaar om kinderen met een ondersteuningsvraag de ondersteuning te bieden die zij nodig hebben;
• u realiseert een kleinere groep of u biedt de aanvullende ondersteuning binnen de reguliere BSO- groep wanneer het aantal kinderen met een zorgvraag te klein is om een groep rendabel te maken;
• u hanteert voor de plusgroep, als afwijking op het BKR, een ratio van 1 pedagogisch medewerker op 5 kinderen.
Voor het uitvoeren van de activiteiten van zowel ‘voorschoolse educatie plus’ als ‘buitenschoolse op-vang plus’ gelden de volgende eisen en verplichtingen:
• de pedagogisch medewerker op een groep met pluskinderen heeft ten minste hbo-niveau/of gelijkwaardig niveau en heeft affiniteit met de doelgroep. Van de eis voor hbo-niveau mag beargumenteerd worden afgeweken;
• voorafgaand aan plaatsing op de plusgroep of het bieden van ondersteuning vindt een indicatie-moment plaats door de jeugdgezondheidszorg of het buurtteam. Hiervoor betrekt u de nodige partners tijdig en heeft u overleg met in ieder geval ouders, buurtteam of de jeugdgezondheids-zorg. Wanneer nodig sluiten hier andere partners bij aan. Vanuit uw organisatie is hierbij de pedagogisch coach en/of een (ortho)pedagoog betrokken. In de intake wordt gezamenlijk een afweging gemaakt waarom een kind niet terecht kan binnen de reguliere groep of waarom de ondersteuning niet binnen het reguliere aanbod kan plaatsvinden. De afspraken betreffende de ondersteuning op de kinderopvang worden vastgelegd en waar mogelijk geïntegreerd in het gezinsplan;
• u heeft extra aandacht voor het welbevinden en de ontwikkeling van de kinderen met een onder-steuningsvraag op de (plus)groep. Hierbij monitort u, samen met de betrokken partners bij de intake, of dit de meest passende ondersteuning is voor kinderen;
• als ‘kinderopvang plus’ aanbieder werkt u actief aan bekendheid van de plusopvang in de wijk en daarin zoekt u aansluiting bij scholen, het samenwerkingsverband primair onderwijs, buurtteam, aanvullende jeugdhulppartijen, kinderopvangpartijen en andere relevante partijen in de wijk.
• u realiseert samen met partners een duurzame ondersteuningsstructuur voor de kinderen waarvoor u ‘kinderopvang plus’ biedt en u zet zich actief in om de samenwerking te versterken;
Artikel 6.
Subsidiabele activiteiten
Onderdeel van BELEIDSREGEL PASSENDE KINDEROPVANG: VOORSCHOOLSE EDUCATIE EN ‘KINDEROPVANG PLUS’ GEMEENTE UTRECHT 2020-2023