De subsidieaanvraag bestaat in elk geval uit:
1. een plan van aanpak; een overzicht van de activiteiten met een omschrijving waarvoor subsidie wordt gevraagd. Hierbij wordt ingegaan op de doelen die met die activiteiten worden nagestreefd en u laat zien dat u voldoet aan alle eisen en verplichtingen zoals gesteld in artikel 4 en 6.
NB: U kunt één plan van aanpak indienen voor meerdere subsidiabele activiteiten;
2. een kopie van uw twee meest recente rapporten van de Inspectie Kinderopvang;
3. indien er op een kindercentrum waarvoor subsidie wordt aangevraagd, door de toezichthouder inspectie kinderopvang één of meer overtredingen zijn geconstateerd op de wettelijke basiskwaliteit van kindercentra, dient u documenten aan te leveren waaruit blijkt dat en binnen welke termijn deze overtredingen zijn respectievelijk worden hersteld en hoe deze overtredingen in het vervolg worden voorkomen;
4. indien u werkt met onderaannemers, maakt u dit kenbaar in de aanvraag;
5. een sluitende en helder onderbouwde begroting aansluitend bij het plan van aanpak. Hierbij geeft u in elk geval inzicht in zowel de overhead kosten als de uitvoeringskosten. In de begroting neemt u de inzet voor Social Return op. Richtlijn voor de inzet is 5% van het aangevraagd subsidiebedrag, als de subsidie voor uw organisatie meer is dan €100.000 op jaarbasis en als uw totale inkomsten meer dan €500.000 per jaar zijn, maar u mag dit beperken tot 2% van uw totale inkomsten als dit lager is dan de genoemde 5% van de subsidie. De nadere detaillering hiervan kan samen met de gemeente later worden ingevuld na het besluit tot verlening.
Per subsidiabele activiteit gelden aanvullend de volgende eisen aan de aanvraag:
8.1 Uitvoeren van voorschoolse educatie
In uw aanvraag neemt u in elk geval het volgende op:
• een prognose van het aantal deelnemende peuters, het aantal deelnemende doelgroeppeuters en het aantal peuters zonder indicatie voor voorschoolse educatie en met ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag per locatie waar u subsidie voor aanvraagt;
• bij uitvoeren van voorschoolse educatie in een schoolgebouw: de inhoudelijke argumentatie voor samenwerking van het schoolbestuur in wiens locatie u uw groep voor voorschoolse educatie wil huisvesten en aantoonbare samenwerkingsafspraken met de school;
• een beschrijving van hoe u invulling geeft aan het principe ‘mens volgt werk’ in relatie tot het vraagstuk van overgang van onderneming, indien van toepassing;
• afschriften van diploma’s en certificaten waaruit blijkt of inzichtelijk wordt gemaakt dat de be-roepskrachten voorschoolse educatie voldoen aan de opleidingseisen (of verwijzing naar het meest recente inspectierapport waaruit dit blijkt).
8.2 Bieden van ‘kinderopvang plus’
In uw plan van aanpak omschrijft u hoe u vormgeeft aan de uitvoering van ‘kinderopvang plus’ op de beoogde locatie voor de doelgroep voorschoolse educatie plus 2,5-4 jaar, of buitenschoolse opvang plus 4-12 jaar. In het plan van aanpak gaat u in op de volgende aandachtspunten:
• u beschrijft een (pedagogische) visie die aansluit bij de doelgroep en de beleidsdoelstelling in artikel 3;
• u geeft aan hoe u de ‘kinderopvang plus’ activiteiten vormgeeft in aanvulling op de wettelijke eisen kinderopvang en/of voorschoolse educatie;
• u geeft aan hoe de inrichting van ‘kinderopvang plus’ eruit ziet binnen de gekozen locatie, waarbij rekening wordt gehouden met de doelgroep en de mogelijkheid voor kinderen met een ondersteuningsvraag om zich te kunnen terugtrekken (in bijvoorbeeld een prikkelarme ruimte);
• u geeft aan op welke manier u het welbevinden, de ontwikkeling en de zorgbehoefte van kinderen monitort;
• u geeft aan hoe u de samenwerking realiseert met partners.
Specifiek voor ‘voorschoolse educatie plus’ gelden aanvullend de volgende eisen aan de aanvraag:
• u levert een onderbouwde prognose voor hoeveel kinderen uit deze doelgroep u verwacht een plek te bieden binnen de voorschoolse educatie op jaarbasis; u geeft aan hoe u vooronderzoek heeft gedaan naar de vraag van de doelgroep in de wijk waar u de plusopvang wil starten en of- en hoe u daarin afstemming heeft gezocht met partners.
Specifiek voor ‘buitenschoolse opvang plus’ gelden aanvullend de volgende eisen aan de aanvraag:
• u levert een onderbouwde prognose van hoeveel kindplekken u (per week en op jaarbasis) binnen de locatie beschikbaar stelt voor deze doelgroep en hoeveel kinderen u verwacht een plek te kunnen bieden;
• u geeft aan hoe u vooronderzoek heeft gedaan naar de vraag van de doelgroep in de wijk waar u de plusopvang wil starten en of- en hoe u daarin afstemming heeft gezocht met partners.
Artikel 8.
Eisen aan de aanvraag
Onderdeel van BELEIDSREGEL PASSENDE KINDEROPVANG: VOORSCHOOLSE EDUCATIE EN ‘KINDEROPVANG PLUS’ GEMEENTE UTRECHT 2020-2023