**1..** De activiteiten, bedoeld in artikel 1.2, komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien:
zij uitgevoerd worden in, of gericht zijn op de provincie Utrecht en
zij gericht zijn op het behoud of herstel van leefgebieden van een of meer Utrechtse aandachtsoorten, verwacht mag worden dat de resultaten van de activiteiten relevant en bruikbaar zullen zijn voor instandhouding en ontwikkeling van aandachtsoorten of hun leefgebieden, inzichtelijk wordt gemaakt wat het effect van de voorgenomen activiteiten is op de icoonsoorten en de overige aandachtsoorten in het projectgebied, en in belangrijke mate en op effectieve en efficiënte wijze aantoonbaar bijdragen aan het duurzaam voortbestaan van bedreigde populaties van de Utrechtse aandachtsoort of aandachtsoorten.
**2..** Als sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 1.2 eerste lid, onder b, geldt tevens als criterium dat het onderzoek gericht is op:
vergroting van de kennis over het leefgebied van de desbetreffende aandachtsoort of aandachtsoorten of
verbetering van het leefgebied van de desbetreffende aandachtsoort of aandachtsoorten.
**3..** Voor zover er plant- en zaaigoed wordt gebruikt, geldt voor bomen en struiken dat dit inheems en autochtoon is, voor zaden van kruiden geldt dat zij inheems en van regionale afkomst zijn. Alleen op specifieke locaties, in het bijzonder in of nabij het stedelijk gebied, kan inzaai van cultuurplanten of – gewassen plaatsvinden.