Naar hoofdinhoud
1.. De activiteiten, bedoeld in artikel 3.2, komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien: de activiteit uitgevoerd wordt in of is gericht op de provincie Utrecht; de activiteit gericht is op bestrijding en beheersing van één of meer van de volgende invasieve exoten: uitheemse rivierkreeftsoorten; Reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum); Reuzen- of Springbalsemien (Impatiens glandulifera); Aziatische duizendknopen; Grote waternavel (Hydrocotyle ranunculoides); Ongelijkbladig vederkruid (Myriophyllum heterophyllum); Waterwaaier of Cabomba (Cabomba caroliniana); Watercrassula (Crassula helmsii). de activiteit betrekking heeft op locaties waar de soorten, genoemd onder b, de biodiversiteit aantoonbaar negatief kunnen beïnvloeden of hebben beïnvloed; en vooraf aannemelijk kan worden gemaakt dat de activiteit in hoge mate bijdraagt aan het blijvend terugdringen van desbetreffende invasieve exoot op de beoogde locatie, tenzij de activiteit onderzoek naar één of meer bestrijdingsmethoden betreft waarvan de effectiviteit juist onderzocht zal worden. 2.. In afwijking van het eerste lid komt een activiteit als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, onder a, gericht op uitheemse invasieve rivierkreeftsoorten uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien het specifiek ‘onderzoek naar bestrijdings- en beheersmethoden’ betreft. 3.. In afwijking van het eerste lid komt een activiteit als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, onder a, gericht op herstel van biodiversiteit na schade veroorzaakt door een of meer invasieve exoten, uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien benodigd plant- en zaaigoed dat wordt gebruikt om het ecosysteem weerbaarder te maken tegen exoten, inheems, autochtoon en van regionale afkomst is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel