Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Reis- en verblijfkosten

Onderdeel van Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders Ridderkerk 2019

1.. Voor woon-werkverkeer en voor dienstreizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt, worden of wordt aan de burgemeester of de wethouder vergoed: de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; bij gebruik van een eigen auto het maximumbedrag dat door een werkgever onbelast per afgelegde kilometer aan de werknemer kan worden verstrekt. 2.. Voor woon-werkverkeer worden aan de burgemeester of de wethouder bij gebruik van een eigen auto tevens de veer- en tolkosten vergoed. 3.. Voor dienstreizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt, worden aan de burgemeester of de wethouder bij gebruik van een eigen auto tevens de parkeer-, veer- en tolkosten vergoed. 4.. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 5.. Indien de burgemeester of de wethouder een tijdelijke functionele beperking heeft, kan voor reizen voor woon- werkverkeer en voor dienstreizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld. 6.. Aan de burgemeester of de wethouder wordt vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer uitsluitend toegekend: indien hij in de basisregistratie personen is ingeschreven op een woonadres binnen de gemeente, waarin hij is benoemd, en indien hij nog niet in de basisregistratie personen is ingeschreven op een woonadres binnen de gemeente, waarin hij is benoemd, voor zolang hem ontheffing is verleend van de verplichting om zijn werkelijke woonplaats in de gemeente te hebben. 7.. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die de burgemeester of de wethouder maakt in verband met dienstreizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt, worden aan hem vergoed tot ten hoogste de maximale vergoedingsbedragen volgens de Reisregeling Binnenland en Reisregeling Buitenland van het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

Rechtspraak bij dit artikel