Het is verboden zonder vergunning van het college een drijvende LNG-aangedreven elektrische voorziening in werking te hebben.
Bij de aanvraag van een vergunning voor een LNG-aangedreven elektriciteitsvoorziening, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval de volgende gegevens verstrekt:
de gegevens van het bedrijf van de aanvrager, naam en functie van aanvrager;
de gegevens van de in te zetten LNG-aangedreven elektriciteitsvoorziening die onder de werking van de vergunning valt;
de relevante scheepscertificaten;
de operationele documentatie over de elektriciteitslevering en het gebruik van LNG als brandstof voor de energie-opwekking;
de procedure voor aansluiten van elektriciteitsverbinding;
het geluidsniveau tijdens het in werking hebben van de voorziening;
de toegepaste afmeervoorzieningen;
de opleiding van het personeel;
de uitkomsten van de risico assessment, hazard identification study en hazard and operability study die voor deze voorziening zijn uitgevoerd.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1.5, eerste lid, kan het college voorschriften en beperkingen verbinden aan de vergunning bedoeld in het eerste lid, die onder meer betrekking kunnen hebben op:
de veiligheid tijdens het inwerking hebben van de voorziening;
de procedures voor het tegengaan en controleren van risicovolle situaties;
de functionele eisen voor risico mitigatie;
de opleiding van het personeel;
het afmeren;
de locaties waar het is toegestaan om de voorziening in werking te hebben;
het vullen van de LNG-brandstoftank.
Tijdens de looptijd van de vergunning worden wijzigingen ten opzichte van de bij de aanvraag verstrekte gegevens onmiddellijk aan het college gemeld.
Artikel 6.5
Vergunning drijvende LNG-aangedreven elektriciteitsvoorziening
Onderdeel van Havenverordening North Sea Port Netherlands 2019