Naar hoofdinhoud

Artikel 8.1

Overslag van vloeibare gevaarlijke of schadelijke stoffen in bulk

Onderdeel van Havenverordening North Sea Port Netherlands 2019

Het is verboden om overslag van gevaarlijke of schadelijke stoffen te laten plaatsvinden tussen een zeetankschip en een inrichting tenzij voordat de overslag plaatsvindt in de inrichting en aan boord van het betrokken zeetankschip wordt zorggedragen dat alle onderdelen van de zeevaart/terminal veiligheidscontrolestaat, als bedoeld in de ISGOTT volledig en naar waarheid zijn ingevuld en door de verantwoordelijke personen van de bij de overslag van een gevaarlijke of schadelijke stof betrokken inrichting en het zeetankschip zijn ondertekend. Het is verboden om overslag van gevaarlijke of schadelijke stoffen te laten plaatsvinden tussen zeetankschepen onderling tenzij voordat de overslag plaatsvindt aan boord van de betrokken zeetankschepen wordt zorg gedragen dat alle onderdelen van de Pre-Transfer en During Transfer Check-List van de Ship to Ship transfer Guide volledig en naar waarheid zijn ingevuld, en door de verantwoordelijke personen van de bij de overslag van een gevaarlijke of schadelijke stof betrokken tankschepen zijn ondertekend. Het is verboden om overslag van gevaarlijke stoffen te laten plaatsvinden tussen een zeetankschip en een binnenvaarttankschip of tussen binnenvaarttankschepen onderling tenzij voordat de overslag plaatsvindt aan boord van de betrokken tankschepen wordt zorggedragen dat alle onderdelen van de zeevaart-binnenvaart, danwel binnenvaart-binnenvaart veiligheidscontrolestaat, bedoeld in de ISGINTT, volledig en naar waarheid zijn ingevuld en door de verantwoordelijke personen en van de bij de overslag van een gevaarlijke of schadelijke stof betrokken tankschepen zijn ondertekend In de situaties, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, wordt: tijdens de overslag van een gevaarlijke of schadelijke stof en zolang door het betrokken tankschip ter plekke ligplaats wordt ingenomen door de betrokken inrichting of tankschepen het gestelde in de veiligheidscontrolestaten bedoeld in het eerste, tweede en derde lid nageleefd; de overslag van een gevaarlijke of schadelijke stof onmiddellijk gestopt als het respectievelijk voor ieder bij de overslag betrokken inrichting of het betrokken tankschip gestelde in de veiligheidscontrolestaten bedoeld in het eerste, tweede en derde lid niet wordt nageleefd. Tijdens de rechtstreekse overslag tussen tankschepen van een gevaarlijke of schadelijke stof wordt gebruik gemaakt van een tussen betrokken ladingtanks aangesloten dampretourleiding indien het overslag betreft van: een gevaarlijke of schadelijke stof die ingevolge de IBC Code of het ADN vervoerd moet worden in een tank met een aansluiting voor een dampretourleiding of gesloten vervoerd moet worden; een stof genoemd in artikel 3.1 van het havenreglement; een vluchtig organische stof; een andere vloeistof als bedoeld onder a, b of c, die geladen wordt in een ladingtank die leeg en ongereinigd is van een stof als bedoeld onder a, b of c. Indien de ladingtanks, als bedoeld in het vijfde lid, van het lossende schip ingevolge nationale of internationale wetgeving inert dienen te zijn, is dit gebod ook van toepassing op de ladingtanks als bedoeld in het vijfde lid, van het ladende schip. Overslag van een gas als bedoeld in de IGC Code of het ADN tussen twee tankschepen onderling is verboden. Het is een ieder verboden om een gevaarlijke of schadelijke stof, al dan niet gelijktijdig met schoonmaken van ladingtanks, te behandelen zonder dat onmiddellijk ingrijpen in die handelingen mogelijk is. De vaste aansluitpunten voor ladingslangen van bij de overslag van een gevaarlijke stof betrokken schepen worden over een zo kort mogelijke afstand op elkaar aangesloten. Het is verboden om een gevaarlijke stof: te behandelen tenzij de vaste scheepsladingleiding wordt gebruikt; uit een schip te lossen tenzij de vaste scheepslospomp wordt gebruikt. Het is verboden om een gevaarlijke of schadelijke stof als bedoeld in het vijfde lid, onder a, b, of c, niet-gesloten te behandelen. Het is verboden op een boeienspan of een palenligplaats gevaarlijke stoffen over te slaan of te behandelen in afwijking van hetgeen op grond van artikel 7.1, onder c, door de exploitant van de boeienspan of palenligplaats is aangegeven. Het college kan van de in het vijfde en zesde lid opgenomen geboden en van de in het zevende, tiende en elfde lid gestelde verboden ontheffing verlenen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel