Naar hoofdinhoud

Artikel 1.1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Havenreglement North Sea Port Netherlands 2019

In dit reglement en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: ADN: Europees Verdrag inzake het internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen over de binnenwateren; afvalstoffen: scheepsafval, ladingresiduen, vloeibare of vaste afvalstoffen die ontstaan bij het schoonmaken van een schip; bedrijfsmatig vervoer: i. vervoer in de uitoefening van een bedrijf of beroep; ii. vervoer van goederen, uitsluitend bestemd voor of afkomstig van de eigen onderneming; of iii. slepen en duwen van schepen met sleep-, duw- en sleepduwboten; behandelen van een gevaarlijke stof: laden, lossen, intern verpompen, verplaatsen, mengen, blenden of schoonmaken van een gevaarlijke stof, met uitzondering van onderling overpompen of terugpompen van bunkerolie of LNG-brandstof, het bunkeren of het LNG-bunkeren; beheersgebied: het gebied voor zover gelegen binnen de gemeentegrens waar North Sea Port Netherlands N.V. conform de aan haar opgedragen taak het beheer voert; Bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken: bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder h, van de Scheepvaartverkeerswet; binnenschip: schip, niet zijnde een zeeschip; binnen tankschip: binnenschip, gebouwd voor of aangepast aan het vervoer van onverpakte vloeibare lading in zijn ladingtanks; boeienspan: ligplaats met het kenmerk dat het schip vanaf het voor- of achterschip op een of meer boeien of palen kan afmeren, waarbij het schip gemeerd ligt zonder enig contact met overige havenafmeervoorzieningen; bootliedenorganisatie: een (door het college erkende) organisatie van bootlieden die activiteiten verricht ter waarborging van de vakbekwaamheid van bootlieden en zorg draagt voor het vereiste materieel; bootman: degene die in de uitoefening van zijn beroep een zeeschip vast- of losmaakt; brandbare vloeistoffen: vloeistoffen met een vlampunt dat lager ligt dan of gelijk is aan 100 graden Celsius en uitsluitend een brandbare eigenschap heeft; brandstofolie: elke olie die wordt gebruikt als brandstof voor de voortstuwings- of hulpwerktuigen van schepen; bunkercontrolelijst: bunkercontrolelijst waarin uitsluitend de onderdelen zijn overgenomen zoals die staan in de Bunkering Safety Checklist van de ISGOTT; bunkeren: overslag van brandstofolie of smeerolie van een bunkerschip naar een zeeschip; bunkerolie: brandstofolie of smeerolie; bunkerschip: tankschip gebruikt voor het bevoorraden van schepen met bunkerolie; combinatietankschip: zeeschip, ingericht om afwisselend onverpakte vloeibare lading of droge lading te kunnen vervoeren; communicatievaren: tegen vergoeding vervoeren van personen van en naar zeeschepen; college: het college van burgemeester en wethouders; dampen: de atmosfeer die boven een vloeistof aanwezig is als gevolg van een bepaalde dampdruk van die vloeibare stof; dampretourleiding: dampdrukvereffeningsysteem tussen de bij de directe overslag betrokken ladingtanks waardoor de overslag emissieloos plaatsvindt; dienstverlenend schip: elk schip betrokken bij dienstverlening aan een in een petroleumhaven gelegen schip, verband houdend met repareren, schoonmaken, brengen of halen van voorraden of scheepsonderdelen of ophalen van afvalstoffen, en dat voldoet aan de door het college te stellen voorschriften inzake de bouw, de inrichting en de uitrusting van het schip; droogmaken: openstaande ladingtanks laten drogen of ventileren nadat deze met water zijn gewassen of op een andere wijze voldoende zijn schoongemaakt; eetbare oliën: oliën of vetten die gewonnen worden uit zaden of vruchten van planten of bomen of oliën en vetten van dierlijke oorsprong; exploitant: eigenaar, beheerder, rompbevrachter of ieder ander die zeggenschap heeft over het gebruik van het schip; exploitant van een boeienspan of een palenligplaats: eigenaar, beheerder of ieder ander die zeggenschap heeft over het gebruik van een boeienspan of een palenligplaats; gasdeskundige: een gasdeskundige die in het bezit is van een certificaat van vakbekwaamheid gasdeskundige als bedoeld in artikel 3.5h, vierde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit; GR ZSP; de per datum van inwerkingtreding van het Havenreglement Nort Sea Port Netherlands 2019 opgeheven Gemeenschappelijke regeling Zeeland Seaports; gevaarlijke stoffen: stoffen die gevaar voor explosie, brand, corrosie, vergiftiging, bedwelming of straling kunnen opleveren, zoals vermeld in de IMO code voor het vervoer van verpakte gevaarlijke stoffen over zee (IMDG Code), de code voor de bouw en uitrusting van schepen die gevaarlijke chemicaliën in bulk vervoeren (IBC Code), met uitzondering van de stoffen die enkel (milieu)vervuilend zijn en die geen giftige of brandbare eigenschappen hebben, de internationale code voor de bouw en uitrusting van schepen die vloeibaar gemaakte gassen in bulk vervoeren (IGC Code), de IMSBC Code en de bijlage bij het ADN, met uitzondering van eetbare oliën; haven(s): de wateren binnen de grenzen van het havengebied die voor de scheepvaart openstaan, alsmede alle tot de haven behorende kunstwerken, de scheepshellingen, dokken, scheepsreparatiewerven, los- en laadplaatsen en alle daartoe behorende en (mede) daaronder begrepen kaden, aanlegsteigers, meerpalen, boeien en andere soortgelijke werken of inrichtingen; havenverordening: Havenverordening North Sea Port Netherlands 2019; havengebied: het beheersgebied; havenmeester: de havenmeester van North Sea Port Netherlands N.V.; IBC Code: International Code for the Construction and Equipment of Ships Carrying Dangerous Chemicals in Bulk van IMO of Code for the Construction and Equipment of Ships Carrying Dangerous Chemicals in Bulk van IMO; IGC Code: International Code for the Construction and Equipment of Ships Carrying Liquefied Gases in Bulk van IMO of Code for the Construction and Equipment of Ships Carrying Liquefied Gases in Bulk van IMO; IMSBC Code: International Maritime Solid Bulk Cargoes Code; IMO: Internationale Maritieme Organisatie van de Verenigde Naties; Inerte atmosfeer; een atmosfeer in een ladingtank of slobtank waarin het zuurstofgehalte is verminderd tot ten hoogste 8 volumeprocent door het toevoegen van een inert gas onder positieve druk; inrichting: inrichting als bedoeld in de Wet Milieubeheer ISGINT: International Safety Guide for Inland Navigation Tank barges and Terminals; ISGOTT: International Safety Guide for Oiltankers and Terminals; kapitein: degene die de feitelijke leiding over een zeeschip voert; ladingresiduen: de restanten van lading in ruimen of tanks aan boord die na het lossen en schoonmaken achterblijven, met inbegrip van ladingrestanten na lading of lossing en/of morsingen buiten de ruimen of tanks aan boord; LNG-aangedreven schip: schip dat gebruik maakt of mede gebruik maakt van LNG-brandstof voor voortstuwing; LNG-brandstof: LNG ( Liquefied Natural Gas) dat wordt gebruikt als brandstof voor de voortstuwing of hulpbedrijf van een schip; LNG-bunkeren: aan boord van een schip brengen van LNG-brandstof of aardgas brandstof voor eigen gebruik op het schip; LNG-bunkerschip: tankschip gebruikt voor het LNG-bunkeren; MARPOL: International Convention for the Prevention of Pollution from Ships; North Sea Port: de naamloze vennootschap North Sea Port Netherlands N.V.. ontvangstvoorziening: voorziening geschikt voor de ontvangst van scheepsafval, overige schadelijke stoffen of restanten van schadelijke stoffen; open vuur: vuur, vonkvorming en elk oppervlak binnen een afstand van 25 meter van een gevaarlijke stof, dat een temperatuur heeft die gelijk is aan of hoger dan de minimum-ontstekingstemperatuur van die stof; overslag: laden of lossen van lading in of uit een schip; palenligplaats: ligplaats met het kenmerk dat het schip tegen en aan daarvoor bestemde palen kan afmeren, waarbij het schip gemeerd ligt zonder enig contact met overige havenafmeervoorzieningen; passagiersschip: elk schip dat is ingericht voor het vervoer van meer dan twaalf passagiers en dat in het bezit is van toereikende en geldige certificaten; personenvervoer: tegen vergoeding vervoeren van personen; petroleumhaven: de daartoe aangewezen gedeelten van de havens ingericht voor de afhandeling van een tankschip met onverpakte gevaarlijke vloeibare lading; plaatsgebonden risico: plaatsgebonden risico als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder o, van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; Raad; Gemeenteraad van de gemeente Terneuzen; RMCS: Regeling Meldingen en Communicatie Scheepvaart; schadelijke stoffen: stoffen die als zodanig bij of krachtens de Wet voorkoming verontreiniging door schepen zijn aangewezen of worden genoemd; scheepsafval: afval, met inbegrip van residuen, niet zijnde ladingresiduen, en sanitair afval, dat ontstaat tijdens de bedrijfsvoering van een schip en dat valt onder de reikwijdte van bijlagen I, IV, V en VI van het MARPOL-verdrag, alsmede ladinggebonden afval, zijnde al het materiaal dat aan boord bij de stuwage en verwerking van de lading als afval overblijft, waaronder in ieder geval begrepen wordt stuwmateriaal, schoorpalen, laadborden, verpakkingsmateriaal, houten platen, papier, karton, draad of stalen banden; schip: elk vaartuig met inbegrip van een watervliegtuig, een draagvleugelboot, een luchtkussenvoertuig, een boorinstallatie, een werkeiland of soortgelijk object, een baggermolen, een drijvende kraan, een elevator, een ponton, een drijvend werktuig, een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting; schipper: degene die de feitelijke leiding over een binnenschip voert; schoonmaakcertificaat: door een gasdeskundige afgegeven certificaat, waaruit blijkt dat de ruimten binnen de ladingzone van een schip die ladingresten van een onverpakte gevaarlijke stof bevatten of laatstelijk hebben bevat, voldoende zijn schoongemaakt; schoonmaakschip: schip dat ingericht is om ruimten, tanks of andere plaatsen aan boord van een ander schip, die schadelijke of gevaarlijke stoffen bevatten, schoon te maken; schoonmaken: elke handeling die gericht is op of verband houdt met het gasvrij, schoon-, of droogmaken van een tankschip; sjorbedrijf: bedrijf dat zich beroepsmatig bezighoudt met sjorren en dat is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel; sjorder: degene die containers aan boord van zeeschepen sjort; sjorren: zeevast zetten en losmaken van containers aan boord van een zeeschip; sloptank: tank aan boord van een schip bestemd voor het houden van al dan niet met water vermengde ladingrestanten van schadelijke, brandbare of andere gevaarlijke vloeistoffen (slops); smeerolie: elke vloeistof bestemd voor smering van machines aan boord van schepen; spudpaal: voorziening waarmee een schip zichzelf in de onderwaterbodem kan verankeren door middel van verticale meerpalen waarmee het schip zelf is uitgerust; tankschip: zee- of binnenschip, gebouwd voor of aangepast aan het vervoer van onverpakte vloeibare lading in zijn laadruimten; toestemming: vergunning, aanwijzing, erkenning, ontheffing of vrijstelling; vissen: het te water brengen, te water hebben, lichten of ophalen van vistuigen alsmede het op enigerlei andere wijze pogen om vis, schaal- en schelpdieren uit het water te bemachtigen. veiligheidscontour: veiligheidscontour zoals vastgesteld in het Vaststellingsbesluit Veiligheidscontour industrieterrein Vlissingen-Oost gelegen in de gemeenten Borsele en Vlissingen vlampunt: vlampunt, bepaald met het toestel van Pensky-Martens; werkschip: elk schip dat onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de haveninfrastructuur, uitgezonderd een schip dat baggerwerkzaamheden uitvoert; woonconcentratie: een groep van zich bij elkaar op het land bevindende woningen; zeeschip: schip dat wordt gebruikt voor de vaart ter zee of dat blijkens zijn constructie voor de vaart ter zee is bestemd en elk schip dat is voorzien van een document - afgegeven door het bevoegde gezag van het land waar het schip is ingeschreven - waaruit blijkt dat het geschikt is voor de vaart ter zee.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel