Bij de aanvraag van een aanwijzing als bedoeld in artikel 4.10 van de Havenverordening worden in ieder geval de volgende gegevens verstrekt:
gegevens van het bedrijf van de aanvrager en de naam en functie van de aanvrager;
een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel van het desbetreffende bedrijf;
de relevante bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht afgegeven vergunningen en ontheffingen;
de gegevens van de in te zetten ontvangstvoorzieningen die onder de werking van de vergunning vallen, waaronder ten minste de capaciteit en de geschiktheid ervan en;
de soorten schadelijke stoffen als bedoeld in artikel 2 van het Besluit voorkoming verontreiniging door schepen, waarop de aanvraag betrekking heeft.
Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan deze aanwijzing, die onder meer betrekking kunnen hebben op:
de soort ontvangstvoorzieningen;
geschiktheid en beschikbaarheid van de ontvangstvoorzieningen;
de verplichting tot het in ontvangst nemen van scheepsafvalstoffen;
de soorten stoffen waarvoor de aanwijzing geldt;
het meedelen van het tarief van de kosten die in rekening worden gebracht aan schepen die scheepsafvalstoffen afgeven;
melden van ontvangst van scheepsafvalstoffen en het verstrekken van gegevens daaromtrent;
de maximale verblijfsduur van de ontvangen stoffen in de ontvangstvoorzieningen en het verstrekken van gegevens en houden van registratie daaromtrent;
het afleveren van de ontvangen stoffen.
Een aanwijzing wordt voor maximaal 5 jaar verleend.
Artikel 4.2
Aanwijzing van bedrijven met ontvangstvoorzieningen
Onderdeel van Havenreglement North Sea Port Netherlands 2019