Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel d.

Plussen

Onderdeel van Beleidsregel Plussenbeleid gemeente Oldebroek

Uitbreidingen van de niet-grondgebonden veehouderijtak zijn alleen mogelijk indien het bedrijf aanvullende maatregelen van ruimtelijke kwaliteit treft op het gebied van milieu, landschappelijke inpassing of fysieke maatregelen op het gebied van dierwelzijn. Zoals al aangegeven gaat het om maatregelen die verder gaan dan standaard beleid. Aanvullende maatregelen zijn bijvoorbeeld extra investeringen in: Ruimtelijke kwaliteit / landschappelijke inpassing: extra streekeigen beplanting fruitbomen loop- en wandelpaden innovatieve architectuur m.b.t. stalconcepten sloop van vrijkomende (agrarische) bebouwing Milieu: filtersysteem afzuigsysteem luchtwassysteem biofilter Het gaat bij aanvullende maatregelen niet om de gangbare emissie reducerende technieken of gangbare Best Beschikbare Technieken (BBT). Wat gangbaar is, is onder meer omschreven in artikel 1.1 van de Wabo. Dit verschilt per diersoort, per jaar en per gebied. Voor ammoniak kan in het kader van aanvullende BBT-maatregelen bijvoorbeeld gekeken worden naar kolom C van “Besluit emissiearme huisvesting” gepubliceerd in de Staatscourant van 25 juni 2015 waarin gewenste grenswaarden voor 2018 worden genoemd. De ondernemer moet aantonen waarom zijn maatregel voor een plus in aanmerking komt en moet dat expliciet maken. Dierwelzijn: oppervlakte groepsgrootte stalinhoud voorkomen hittestress schuurvoorziening erfverharding mestafvoerpunten Voorbeelden van maatregelen op het gebied van ruimtelijke kwaliteit, milieu en dierwelzijn zijn ook te vinden in de Maatlat Duurzame Veehouderij en het Beter Leven Keurmerk (sterrensysteem) en Milieukeur. Deze certificaatsystemen zijn waardevol omdat zij aangeven wat in algemeenheid duurzamere stalconcepten zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel