In de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) wordt benoemd dat het college onderzoekt wat de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de inwoner zijn. Daarnaast wijst het college de inwoner voorafgaand aan het onderzoek op de mogelijkheid gebruik te maken van kosteloze onafhankelijke cliëntondersteuning. Bij het bepalen van de behoefte van de inwoner gaat het college na wat diens beperkingen en problemen zijn en wat de ondersteuningsvraag precies is. Daarbij wordt ook naar de wensen van de inwoner gekeken en in hoeverre daaraan binnen de grenzen van de Wmo en de gemeentelijke verordening tegemoet gekomen kan worden. Om de persoonskenmerken van de inwoner in het onderzoek te betrekken, kijkt het college naar het totaalbeeld van de persoon.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.1