Onder zelfredzaamheid wordt verstaan: in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden.
Dit is niet hetzelfde als zelfstandigheid. Bij zelfstandigheid heb je het over onafhankelijkheid. Zowel van personen met als zonder beperkingen mag worden verwacht dat zij waar mogelijk hulp vragen en aanvaarden van naasten en derden.
De inwoner zal zich er soms bij neer moet leggen dat er belemmeringen blijven, of dat hij zich enige beperkingen zal moeten getroosten. Het streven is om de persoon op het niveau van participatie en zelfredzaamheid te brengen dat bij zijn situatie past.
De door het college te bieden ondersteuning beperkt zich in die zin tot wat noodzakelijk is in het licht van de versterking of het behoud van zelfredzaamheid en participatie. De ondersteuning gaat niet zover dat het college ervoor moet zorgen dat iemand volledig zelfstandig moet kunnen participeren en zelfredzaam moet zijn.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.3