Aan de in artikel 4a genoemde voorwaarde wordt geacht te zijn voldaan, indien:
de volgende (bouwtechnische) voorzieningen aanwezig zijn:
voor een woningscheidende wand:
een voorzetwand met een dikte van tenminste 100 mm, waarmee tenminste wordt voldaan aan kwaliteitscijfer 3 volgens NEN 1070, zoals beschreven in bijlage 1;
op een woningscheidende vloer:
een droge verend opgelegde dekvloer met een dikte van tenminste 30 mm, waarmee tenminste wordt voldaan aan kwaliteitscijfer 3 volgens NEN 1070;
een op de voordeur aangebrachte voorziening, bijvoorbeeld een deurdranger, ter voorkoming van geluidsoverlast als gevolg van het dichtslaan van de voordeur;
indien een trap aanwezig is, een op alle traptreden aangebrachte geluiddempende bekleding;
uit destijds verleende bouwvergunning dan wel de omgevingsvergunning voor bouwen blijkt dat de woning aan de nieuwbouweisen voor geluidswering voldoet (NEN 5070, geluidswering klasse III) en er sindsdien geen verbouwingen hebben plaatsgevonden die afbreuk hebben gedaan aan de geluidwering.
Hoofdstuk
Artikel 5.