Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 7.8

Begrippen tegemoetkoming meerkosten

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Zwolle 2019

In dit hoofdstuk van deze verordening wordt verstaan onder: Aanvrager: de persoon die ten behoeve van zichzelf, zijn partner en/of één of meerdere kinderen een tegemoetkoming meerkosten verzoekt. Partner: de persoon die al of niet gehuwd of geregistreerd met de aanvrager een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad. Gezamenlijke huishouding: een huishouding zoals omschreven in artikel 3 Participatiewet. Kind: het eigen kind of stiefkind dat op de peildatum jonger is dan 18 jaar, ten laste van de aanvrager of diens partner komt en op het zelfde adres als de aanvrager staat ingeschreven in de gemeentelijke basisregistratie personen. Ten laste komend kind: het kind voor wie de aanvrager of diens partner aanspraak op kinderbijslag kan maken. Inkomen: het inkomen in de peilmaand van aanvrager zoals bedoeld in artikel 31,32 en 33 van de Participatiewet verminderd met de ontvangen vakantietoeslag. Tot het inkomen wordt ook gerekend de bijstand voor algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan zoals genoemd in artikel 5 onder c van de Participatiewet. Bij partners wordt uitgegaan van de som van het inkomen van aanvrager en zijn partner. Norm: bedrag voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, zoals bedoeld in artikel 5 onder c van de Participatiewet maar verminderd met de in de Participatiewet geldende vakantietoeslag; Peilmaand: de maand november van het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft. Persoon met beperking of chronische ziekte: Een aanvrager, diens partner of een ten laste komend kind, die op de peildatum: Een toekenning heeft voor voorzieningen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning; of Een toekenning heeft voor voorzieningen op grond van de Wlz. Ondersteuning nodig heeft om te participeren in de samenleving ter beoordeling van het college. Vermogen: het vermogen van belanghebbende zoals bedoeld in artikel 34 van de wet. Bij een gehuwde of samenwonende wordt uitgegaan van de som van het vermogen van aanvrager en zijn partner. Zelfstandige: de volwassene jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd die voor de voorziening in het bestaan geheel of gedeeltelijk is aangewezen op arbeid in eigen bedrijf of zelfstandig beroep en de financiële risico’s daarvan draagt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel