Inwoners zijn verantwoordelijk voor hun eigen leven. Zelfredzaamheid en samenredzaamheid zijn kernwoorden en uitgangspunt is de kracht van de inwoner en zijn netwerk. En pas wanneer het niet meer zelf of in het eigen netwerk gaat, worden anderen bijgeschakeld zolang dat nodig is.
1. De activiteiten van de organisatie die zich richten op het vergroten van de zelfredzaamheid van inwoners kunnen in aanmerking komen voor subsidie op voorwaarde dat:
a. Inwoner zelf zijn keuzes maakt/ keuzevrijheid behoudt. De verantwoordelijkheid van de inwoner wordt niet overgenomen
b. ‘Zorgen dat’ centraal staat, niet het ‘zorgen voor’
2. De activiteiten van de organisatie die zich richten op de samenredzaamheid van inwoners kunnen in aanmerking komen voor subsidie op voorwaarde dat:
a. Activiteiten gericht zijn op het vergroten en/of versterken van informele netwerken.
3. De activiteiten van de organisatie die zich richten op het ontlasten van mantelzorgers kunnen in aanmerking komen voor subsidie op voorwaarde dat:.
a. De inwoner een vorm van mantelzorg verleent van minimaal 8 uur in de week en de zorg een structureel karakter kent (de duur van ten minste 3 maanden).
b. Activiteiten van de organisatie zijn gericht op het in stand houden van of het vergroten van de ‘volhoudtijd’ van de mantelzorger. Activiteiten kunnen zowel op de inwoner alsook op de mantelzorger gericht zijn.
Hoofdstuk 4.
Artikel 17
Zelf, met het eigen netwerk en dan buiten het eigen netwerk
Onderdeel van Uitvoeringsregels SUBSIDIE MAATSCHAPPELIJKE EFFECTEN 2020