De regeling is, meer dan voorheen, opgebouwd om te komen tot maatschappelijk effect. Daarmee volstaat het niet langer om vooraf te bepalen wie in aanmerking komt voor subsidie. Maar zal er primair gekeken worden naar de maatschappelijk toegevoegde waarde van de activiteiten. Toekenning van subsidies is daarmee maatwerk geworden. Om maatwerk zo correct mogelijk in te vullen is een zorgvuldige afweging van publieke waarden van belang. Bij het al dan niet toekennen en de bepaling van de hoogte van de subsidie, wordt gekeken naar drie publieke waarden. Deze waarden zijn;
Rechtmatigheid (voldoet de organisatie aan de gestelde criteria),
Rendement (effectief en efficiënt inzetten van beperkte middelen en daarmee gezonde bedrijfsvoering) en
Doelmatigheid (draagt het voldoende bij aan de gewenste maatschappelijke effecten).