Naar hoofdinhoud
1.. Om in aanmerking te komen voor een urgentieverklaring moet een woningzoekende deze aanvragen bij burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de woningzoekende woonachtig is. De aanvraag wordt slechts op één indicatiegrond gedaan; 2.. In afwijking van het eerste lid geldt ten aanzien van een aanvraag om een urgentieverklaring op grond van een Mantelzorgindicatie dat de mantelzorgverlener en/of mantelzorgontvanger de aanvraag indient bij burgemeester en wethouders van de gemeente waarin zij een woning zoeken. 3.. In afwijking van het eerste lid geldt ten aanzien van een aanvraag om een urgentieverklaring op grond van artikel 3 G dat een cliënt van een hulp- en dienstverlening instelling de aanvraag indient bij de burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de aanvrager voor opname heeft gewoond blijkens de Gemeentelijke Basisadministratie. 4.. Burgemeester en wethouders verlenen een urgentieverklaring indien de aanvrager beschikt over een geldende urgentieverklaring, afgegeven door burgemeester en wethouders van een gemeente binnen de regio. Lid 3 geldt niet: indien de aanvraag niet betrekking heeft op dezelfde indicatiegrond; en/of; er sprake is van gewijzigde feiten en omstandigheden waarmee bij of krachtens deze verordening rekening moet worden gehouden bij de beoordeling van een aanvraag om urgentieverklaring. 5.. De aanvraag voor een volkshuisvestelijke indicatie voor urgentie kan uitsluitend schriftelijk door de eigenaar van een woning bij burgemeester en wethouders worden ingediend. 6.. De aanvraag voor een maatschappelijke indicatie voor urgentie kan uitsluitend worden ingediend bij burgemeester en wethouders door (personen die verblijven in) een van gemeentewege erkend opvangtehuis in de regio of een van gemeentewege erkende hulp- en dienstverleningsinstellingen in de regio.

Rechtspraak bij dit artikel