Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014 kan worden geweigerd als:
naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming gediende belang;
het onder a genoemde belang niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de vergunning;
het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand, of
de boogde situatie in strijd is met de bepalingen uit het ter plaatse geldende bestemmingsplan.
Hoofdstuk 5
Artikel 5:4