Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1

Artikel 3.1.6

Criteria voor vergunningverlening

Onderdeel van Huisvestingsverordening Gemeente Papendrecht 2019

Burgemeester en wethouders verlenen de vergunning, tenzij het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met het omzetten gediende belang en het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad niet door het stellen van voorwaarden en voorschriften voldoende kan worden gediend. In de vergunning vermelden burgemeester en wethouders in ieder geval: dat de vergunning van rechtswege vervalt indien daar niet binnen één jaar na de datum van afgifte gebruik van is gemaakt; de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft; de opgelegde compensatie. De vergunning voor het omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte heeft een geldigheidsduur van vier jaar. De vergunning voor het omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte persoonsgebonden en niet overdraagbaar. Burgemeester en wethouders kunnen binnen de gemeente gebieden aanwijzen waar in verband met te vrezen aantasting van de woonkwaliteit en het leefmilieu het aantal woonruimten, dat van zelfstandige woonruimte naar onzelfstandige woonruimte mag worden omgezet, aan een maximum is gebonden. Een gebiedsaanwijzing als bedoeld in lid 6 geldt voor de duur van 3 jaar. Aansluitend aan de periode van 3 jaar kunnen burgemeester en wethouders de aanwijzing verlengen met een periode van telkens 3 jaar. Burgemeester en wethouders stellen het maximaal toegestane percentage onzelfstandige bewoning binnen de aangewezen gebieden als bedoeld in lid 6 vast. Burgemeester en wethouders weigeren de vergunning voor het omzetten van zelfstandige woonruimte naar onzelfstandige woonruimte, indien: het maximum als genoemd in lid 9 is bereikt; vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat het verlenen van de vergunning leidt tot een ontoelaatbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in het gebouw en/of de omgeving van het gebouw, waarop de aanvraag betrekking heeft; de aanvrager van de vergunning niet aan de criteria van goed verhuurderschap voldoet; n 24 maanden voorafgaand aan de aanvraag een vergunning van de aanvrager op grond van artikel 3.1.6 sub b, c, d, e, f is ingetrokken. Het bepaalde in de leden 8, 9, 10 is niet van toepassing op woonruimte van woningcorporaties.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel