Als op grond van de wet of deze verordening meer woningzoekenden in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning, geldt – met inachtneming van de artikelen 13 en 14 - bij woonruimte van woningcorporaties als rangorde:
woningzoekenden uit de urgentiecategorie genoemd in artikel 9 onder A;
overige woningzoekenden met een urgentieverklaring voor zover hun zoekprofiel past bij de woning waarvoor de vergunning wordt aangevraagd;
overige woningzoekenden.
Als op grond van het eerste lid, onder b, meer woningzoekenden in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning, gaat de woningzoekende met de urgentieverklaring met de vroegste datum van afgifte voor. De volgorde van toewijzing van woonruimte aan woningzoekenden met een urgentieverklaring van gelijke datum gebeurt op basis van woonduur. Bij gelijke afgiftedatum en woonduur is de hoogste leeftijdscore bepalend.
Als op grond van het eerste lid, onder c, meer woningzoekenden in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning, wordt de volgorde bepaald door hun BL-score. Degene met de hoogste BL-score gaat voor. De volgorde van toewijzing tussen woningzoekenden met dezelfde BL-score wordt op basis van anciënniteit bepaald door de datum van ingebruikneming van de huidige woonruimte, respectievelijk de datum van de 18e verjaardag.
In afwijking van het eerste tot en met derde lid kan een verhuurder in geval van een woongroep voor woningtoewijzing een coöptatiesysteem hanteren.
In afwijking van het eerste tot en met derde lid kan een woningcorporatie voor maximaal 25% van de te publiceren woonruimte bedoeld in artikel 5, eerste lid, de volgorde bepalen door middel van loting. Woningzoekenden komen in dat geval voor de woonruimte in aanmerking in volgorde van resultaat van de loting.
Hoofdstuk 4.
Artikel 16.