Het is verboden om een woonruimte als bedoeld in artikel 25 zonder vergunning van het college:
anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar geheel of gedeeltelijk aan de bestemming tot bewoning te onttrekken of onttrokken te houden;
anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar geheel of gedeeltelijk met andere woonruimte samen te voegen of samengevoegd te houden;
van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te houden;
te verbouwen tot twee of meer woonruimten of verbouwd te houden.
Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.1:
Artikel 26.