Een vergunning als bedoeld in artikel 30 kan worden geweigerd als:
naar het oordeel van het college het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met splitsing gediende belang;
het onder a genoemde belang niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de splitsingsvergunning;
het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het gebouw waar de aanvraag betrekking op heeft;
niet kan worden voldaan aan gestelde voorwaarden en voorschriften van de vergunning;
vergunningverlening zou leiden tot strijdigheid met het bestemmingsplan, de beheersver-ordening, of met een omgevingsvergunning op grond waarvan afgeweken mag worden van het bestemmingsplan of de beheersverordening.
Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.2:
Artikel 33.