Bij de aanvraag om een huisvestingsvergunning worden door de woningzoekende de volgende gegevens verstrekt:
naam, contactgegevens en geboortedatum;
het aantal personen dat deel uitmaakt van het huishouden dat de woonruimte zal betrekken;
bescheiden aan de hand waarvan kan worden vastgesteld dat de woningzoekende voldoet aan artikel 10, tweede lid, van de wet;
bescheiden aan de hand waarvan het huishoudinkomen van de woningzoekende kan worden vastgesteld;
een verklaring van de verhuurder waaruit blijkt, dat deze bereid is de woonruimte aan de woningzoekende te verhuren;
adres, naam van de verhuurder en huurprijs van de te betrekken woonruimte;
datum van ingang van de huurovereenkomst;
indien van toepassing, een afschrift van de indicatie voor een aangepaste woonruimte;
indien van toepassing, een afschrift van de urgentiebeschikking zoals bedoeld in artikel 7, zevende lid.
Indien de aanvraag incompleet is, retourneert het college de aanvraag en stelt de woningzoekende daarbij in de gelegenheid om binnen vijf werkdagen na de verzenddatum van de retourzending een volledige aanvraag in te dienen.
Het college verleent de huisvestingsvergunning waarbij in ieder geval vermeld wordt:
een aanduiding van de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft;
aan wie de vergunning is verleend;
het aantal personen waarop de toewijzing gebaseerd is;
de voorwaarde dat de woningzoekende aan wie de vergunning is verleend, de woonruimte binnen de in de vergunning genoemde termijn in gebruik moet nemen.
Hoofdstuk 2.
Artikel 4.