**1..** Een lid van de raad voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.
**2..** De leden van de raad spreken in principe in eerste termijn vanaf het spreekgestoelte en in tweede termijn vanaf hun zitplaats. Zij richten zich tot de voorzitter. De wethouders spreken wanneer zij hiertoe verzocht worden en richten zich eveneens tot de voorzitter.
**3..** Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken.
Hoofdstuk 3: › Paragraaf 2:
Artikel 24