**1..** Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning intrekken, indien:
niet binnen één jaar, nadat de beschikking onherroepelijk is geworden, is overgegaan tot onttrekking;
de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kan vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren;
één of meer aan de vergunning verbonden voorschriften en voorwaarden niet wordt nagekomen, waaronder begrepen de situatie – bij het omzetten van een zelfstandige woning in onzelfstandige woonruimte(n) – waarin het aantal onzelfstandige woonruimten dat in het in de vergunning bedoelde pand feitelijk aanwezig is, afwijkt van het in de vergunning vermelde aantal;
in geval van het omzetten van een zelfstandige woning in onzelfstandige woonruimte(n): het pand waarvoor de vergunning is verleend langer dan één jaar niet meer voor onzelfstandige woonruimte(n) in gebruik is of eerder wanneer voldoende aannemelijk is dat dit gebruik definitief is gestaakt;
de vergunninghouder daartoe een verzoek heeft ingediend;
in geval van het omzetten van een zelfstandige woning in onzelfstandige woonruimte(n): vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat handhaving van de vergunning zou leiden tot een verstoring van een geordend woon- en leefmilieu in het gebouw waarop de vergunning betrekking heeft of van de directe omgeving van dat gebouw.
vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat in stand laten van de vergunning zal leiden tot een structureel overlastpatroon, in de vorm van ontoelaatbare inbreuk op het woon- en leefmilieu voor de directe omgeving van de woning waarop de vergunning betrekking heeft;
de aan de vergunning verbonden voorwaarden en voorschriften niet worden nagekomen;
**2..** Burgemeester en wethouders gaan niet tot intrekking van de vergunning over, voordat de Vergunninghouder schriftelijk is gewaarschuwd, dat zij de vergunning zullen intrekken, indien niet een te bepalen datum zodanige maatregelen en/of voorzieningen zijn getroffen, die ervoor zorg dragen dat de overlastgevende situatie wordt beëindigd.
**3..** Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing in het geval bedoeld in het eerste lid onder e.
HOOFDSTUK 4. › Paragraaf 4.1
Artikel 4.1.9
Intrekking
Onderdeel van Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2019