Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 97 Gemeentewet worden aan een raads- of commissielid de volgende reiskosten vergoed:
de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;
bij gebruik van een eigen auto het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt;
bij gebruik van eigen auto tevens de parkeer-, veer- en tolkosten vergoed;
Aan commissieleden, wonende buiten het grondgebied van de gemeente, worden de reis- en verblijfkosten voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie vergoed;
Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.
Als een raadslid of commissielid een tijdelijke functionele beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld.
De reiskosten worden voor ten hoogste één vergadering per dag vergoed.
In afwijking van het eerste lid ontvangt geen vergoeding degene die zitting heeft in een commissie uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd.
De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen buiten het grondgebied ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden ten laste van de gemeente vergoed.
De reis- en verblijfkosten worden alleen vergoed als deze gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze verordening.
Hoofdstuk II
Artikel 5
Reis- en verblijfkosten
Onderdeel van Verordening rechtspositie Raads- en commissieleden gemeente Bergeijk 2019