In deze verordening wordt verstaan onder:
a. belanghebbenden:
de bewoners (omwonenden) en bedrijfsmatige gebruikers van alle percelen, grenzend aan het tracé van kabels en/of leidingen, waar de werkzaamheden worden uitgevoerd.
b. breekverbod:
tijdelijke opschorting van graaf- en/of opbreekwerkzaamheden, op last van het college, in verband met vergunde evenementen of extreme weersomstandigheden. Onder extreme weersomstandigheden worden in ieder geval inbegrepen wateroverlast, sneeuwval of ijzel en vorst. Grondslag voor de opschorting is de overlast voor de bewoners en/of schade voor de gemeente Stein door bijvoorbeeld breuk van vastgevroren bestratingsmateriaal of niet goed te verdichten ondergrond dan wel het niet (meer) aaneengesloten kunnen afwerken van sleuven of verhardingen.
c. boring:
het maken van een holle ruimte in de grond, zonder daarbij de omringende grondslag te verwijderen.
d. bovengrondse voorzieningen:
transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations die onderdeel uitmaken van een net of netwerk, als bedoeld in. onderdeel o van dit artikel, die bovengronds in de openbare ruimte worden geplaatst.
e. calamiteit:
1. een onvoorziene gebeurtenis zoals een onderbreking in de voorziening met een overschrijding van de voor verstoringen gehanteerde “normale” tijdsduur en aantal klanten;
2. een aanzienlijke, ongecontroleerde waterlekkage of gasuitstroming onder hoge druk;
3. een ernstig ongeval door bijv. brand of explosie met een grote maatschappelijke impact en aanzien van de openbare orde en/of veiligheid.
f. college:
het college van burgemeester en wethouders van gemeente Stein dan wel de gemandateerde medewerker.
g. digitale meldsysteem:
dit is het digitale meldsysteem, ( MOOR) dat door het college wordt gehanteerd en waarmee de communicatie over kabels en leidingen met het college dient te worden gevoerd.
h. gedoogplichtige:
degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in artikel 1 van de Belemmeringenwet Privaatrecht, artikel 5.2, eerste lid van de Telecommunicatiewet, een publiekrechtelijke vergunning of een privaatrechtelijke overeenkomst.
i. groenvoorziening:
het geheel van aanplant, zoals bomen, beplanting, bosplantsoen, bloemberm, gras of gazon.
j. grondroerder:
degene, onder wiens verantwoordelijkheid of leiding graafwerkzaamheden feitelijk worden verricht.
k. handhole:
afsluitbare ondergrondse holle behuizing voor het onderbrengen van voornamelijk appendages of apparatuur met toegangsluik onder de verharding of op maaiveldniveau,
l. (huis)aansluiting:
het gedeelte van de kabel of leiding dat een netwerk verbindt met een netwerkaansluitpunt onder andere ten behoeve van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onder a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken.
m. instemmingsbesluit:
besluit van het college op een melding van voorgenomen werkzaamheden aan kabels ten behoeve van een openbaar elektronisch communicatienetwerk, als bedoeld in artikel 5.4 eerste lid van de Telecommunicatiewet (niet zijnde werkzaamheden van niet-ingrijpende aard dan wel spoedeisende werkzaamheden c.q. calamiteiten.
n. kabels en/of leidingen:
kabels en/of (buis)leidingen als onderdeel van een net(werk), daaronder mede begrepen de daarmee verbonden transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations, voorzieningen (afsluiters, brandkranen, lassen etc.) en andere hulpmiddelen, behoudens voor zover deze verbindingen en hulpmiddelen liggen binnen de installatie van een producent of van een afnemer, en tevens omvattende lege buizen, ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken; voorbeelden van deze kabels en/of leidingen zijn kabels als bedoeld in de Telecommunicatiewet, elektriciteitskabels (koppel-, transport- en distributiekabels), gasleidingen (transport-, distributie- en dienstleidingen), waterleidingen, stadsverwarmingsleidingen, kabels en/of leidingen ten behoeve van industriële netwerken en signaalkabels.
o. net of netwerk:
één of meerdere ondergrondse kabel(s) of leiding(en),daaronder mede begrepen lege buizen ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken bestemd voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie (een, al dan niet openbaar, elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1. onder e en h van de Telecommunicatiewet).
p. netbeheerder:
degene die als natuurlijk persoon handelende in de uitoefening van een beroep of bedrijf dan wel als rechtspersoon
• beheerder is van een net of netwerk voor levering van elektriciteit, gas, water, warmte of WKO (Warmte Koude Opslag) of
• aanbieder is van een (al dan niet openbaar) elektronisch communicatienetwerk.
q. melding:
melding als bedoeld in artikel 4, tweede en vierde lid. Het betreft werkzaamheden, waarvoor geen vergunning of instemmingsbesluit noodzakelijk is.
r. mantelbuis:
beschermbuis (staal of kunststof) om een kabel of leiding.
s. montagegat of lasgat:
sleuven met over het algemeen beperkte afmetingen, die worden gemaakt t.b.v. de toegang tot een handhole, het opgraven van een kabelrol t.b.v. (huis)aansluitingen, het maken van aftakkingen, voor het herstellen van kabel- of leidingstoringen of voor inspectiedoeleinden.
t. niet-openbare kabels en/of leidingen:
kabels en/of leidingen dan wel het netwerk, waartoe deze behoren, die niet gebruikt worden om openbare (voor het publiek beschikbare) diensten aan te bieden.
u. openbare gronden:
1. openbare wegen met inbegrip van de daartoe behorende stoepen, glooiingen, bermen, sloten, bruggen, viaducten, tunnels, duikers, beschoeiingen en andere werken.
2. wateren met de daartoe behorende bruggen, plantsoenen, pleinen en andere plaatsen, die voor eenieder toegankelijk zijn.
v. persing:
een (niet-) bestuurbare boortechniek, uitgevoerd vanuit een werkput, waarbij door een horizontaal heiblok een buis nagenoeg horizontaal in de grond wordt gedreven of getrokken
w. sleuf: de opening die ontstaat door het verwijderen van verharding en/of grond ten behoeve van het leggen van kabels en/of leidingen.
x. verharding: gedeelte van de wegconstructie boven de funderingslaag. Verhardingen zijn onder te verdelen in:
1. gesloten verharding: een verharding met een aaneengesloten structuur, zoals:
• asfaltverharding,
• betonverharding,
• open verharding voorzien van een gebonden voegvulling waardoor plaatvorming ontstaat,
• half-verharding waarbij als gevolg van toevoegstoffen of in het product aanwezige stoffen een plaatvorming ontstaat.
2. open verharding: een verharding bestaande uit los naast elkaar gelegen elementen. In tegenstelling tot een gesloten verharding heeft een open verharding voegen en is in meer of mindere mate water- en gasdoorlatend. Voorbeelden van open verhardingen zijn:
• bestrating: een elementenverharding waarbij gebruik wordt gemaakt van materialen (gebakken of beton) in reguliere formaten en patronen zoals:
- gebakken klinkers dikformaat, waalformaat, keiformaat,
- betonstraatstenen (BSS) 10 x 20 cm,
- betontegels 30 x 30 cm tot 50 x 50 cm.
• sierbestrating: een elementenverharding waarbij gebruik is gemaakt van bijzondere formaten en/of patronen zoals:
- natuursteenverharding,
- bestrating in afwijkende verbanden,
- bijzondere objecten.
3. half-verharding: een half-verharding bestaat uit onsamenhangend materiaal dat meer draagkracht levert dan de originele grond.
Voorbeelden van half-verhardingsmaterialen zijn grind, gebroken puin, menggranulaat, gebroken natuursteen, leemgrind, kleischelpen, stol, boomschors en houtsnippers.
Toelichting:
- indien er tussen materialen binding ontstaat, is er niet langer sprake van een half-verharding. De hoeveelheid binding bepaalt of er sprake is van half- of gesloten verharding.
- voor de gebroken materialen zoals gebroken puin, menggranulaat en gebroken natuursteen geldt een maximale korrelafmeting van 50 mm.
4. gasdoorlatende verharding: een constructie van een open verharding al dan niet voorzien van een fundering van een ongebonden steenmengsel of een half-verharding waarbij geen binding optreedt.
y. vergunning:
besluit van het college op een aanvraag van voorgenomen aaneengesloten werkzaamheden inzake kabels en/of leidingen (niet zijnde werkzaamheden van niet-ingrijpende aard dan wel spoedeisende werkzaamheden c.q. calamiteiten) in, op en boven openbare gronden die door de gemeente beheerd worden, uitgezonderd voor kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk.
z. werken:
werken zijn te verdelen in:
1. grote werken:
Alle werken met uitzondering van werkzaamheden van niet ingrijpende aard en spoedeisende werkzaamheden c.q. calamiteiten.
2. werkzaamheden van niet ingrijpende aard:
•het aanbrengen of opruimen van kabels en/of leidingen in reeds aangebrachte voorzieningen (mantelbuizen);
•het maken van een montagegat c.q. lasgat inclusief een opbreking met een beperkte afmeting (maximaal 2 x 2m) die wordt gemaakt ten behoeve van:
- toegang tot een handhole;
- het plaatsen van afsluiters;
•aftakkingen voor het herstellen van kabel- c.q. leidingstoringen;
•inspectiedoeleinden
•werkzaamheden (nieuw aanleg, reparaties of onderhoudswerk) aan kabels en/of leidingen met een gezamenlijke lengte van minder dan 25 meter;
•een solo te plaatsen handhole c.q. kabelinspectieput.
3. spoedeisende werkzaamheden c.q. calamiteiten:
noodzakelijke werkzaamheden die geen uitstel dulden ten gevolge van een ernstige belemmering of storing in de dienstverlening via het betreffend net. Calamiteiten zijn een mogelijk resultaat van de ernstige belemmering of storing.
aa. werkzaamheden:
handmatige en/of mechanische (graaf)werkzaamheden, inclusief het opbreken en herstellen van de sleufverharding en sleuf loze technieken in, op en boven openbare grond in verband met de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels en/of leidingen.
HOOFDSTUK 1:
Artikel 1
– Begripsbepalingen
Onderdeel van ALGEMENE VERORDENING ONDERGRONDSE INFRASTRUCTUREN 2019 GEMEENTE STEIN