In deze afdeling wordt verstaan onder:
a. voertuigen: alle voer-, vaar- en vliegtuigen, aanhangwagens, caravans en soortgelijke objecten met uitzondering van:
1. treinen en trams;
2. fietsen, bromfietsen;
3 invalidenvoertuigen in de zin van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
4. kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine voertuigen, rolstoelen;
b. parkeren: het laten stilstaan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen.
c. Regulier vervoersmiddel: Auto’s, motoren, etc.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf
Artikel 5.1
Definities
Onderdeel van ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2019 GEMEENTE SON EN BREUGEL