1. Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan, camper, magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen, oplegger of ander dergelijk object, langer dan redelijkerwijs noodzakelijk is voor direct gebruik of het vakantie- of stallingsklaar maken, op of aan de weg te plaatsen of te hebben.
2. De redelijke noodzaak, als bedoeld in lid 1, is in ieder geval na 5 opeenvolgende kalenderdagen verstreken.
3. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf
Artikel 5.6
Caravans e.d.
Onderdeel van ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2019 GEMEENTE SON EN BREUGEL