**1.** Bij de terugvordering van de in artikel 22 bedoelde waarde, wordt uitgegaan van een gemiddelde afschrijvingstermijn van zeven jaar.
**2.** De restwaarde is als volgt: de aanschafkosten minus het aantal maanden dat de voorziening gebruikt is.
**3.** Indien voorzieningen zeer intensief worden gebruikt, kan worden afgeweken van de gemiddelde afschrijvingsduur van 7 jaar, als de budgethouder aannemelijk maakt, dat in verband met bijzondere omstandigheden door intensief gebruik een eerdere afschrijving noodzakelijk is.
Hoofdstuk 5
Artikel 23