Naar hoofdinhoud
1.. De directeur dan wel diens plaatsvervanger aan wie bij dit besluit mandaat is verleend, past de algemene dan wel specifieke instructies van de inspecteur provinciale belastingen als bedoeld in artikel 10:6 Algemene wet bestuursrecht toe. 2.. De inspecteur provinciale belastingen zorgt ervoor dat de directeur, dan wel diens plaatsvervanger, over alle benodigde informatie (noodzakelijk voor de uitvoering van het in het eerste lid bepaalde) kan beschikken. De inspecteur provinciale belastingen treedt bij voorgenomen nieuw beleid of beleidswijzigingen in overleg met de directeur dan wel diens plaatsvervanger over uitvoeringsaspecten, indien dat beleid raakt aan de taken en bevoegdheden die namens de inspecteur provinciale belastingen worden uitgevoerd. 3.. De directeur, dan wel diens plaatsvervanger, treedt in overleg met de inspecteur provinciale belastingen indien hij het noodzakelijk acht af te wijken van de in de vorengaande leden bedoelde kaders of het bedoelde beleid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel