Naar hoofdinhoud
1.. De directeur, dan wel diens plaatsvervanger, kan de bevoegdheden, bedoeld in artikel 2, in ondermandaat opdragen aan ondergeschikten, tenzij dit is uitgesloten in het register. 2.. De artikelen 2, 3 en 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de uitoefening van bevoegdheden in ondermandaat. 3.. De directeur, dan wel diens plaatsvervanger, zorgt ervoor dat de door hem ondergemandateerden tevens kunnen beschikken over de informatie zoals genoemd in artikel 4. 4.. Een besluit tot verlening van ondermandaat wordt bekend gemaakt in het publicatieblad van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied en treedt in werking op de dag na publicatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel