Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3:

Artikel 15.

Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning

Bij de bepaling van de hoogte van het persoonsgebonden budget wordt onderscheid gemaakt tussen professionele ondersteuning, niet-professionele ondersteuning en ondersteuning door het sociale netwerk. - De hoogte van het persoonsgebonden budget voor professionele ondersteuning wordt het laagste gemiddelde tarief dat in het (raam-)contract overeengekomen is met aanbieders voor de betreffende, te verstrekken maatwerkvoorziening. - De hoogte van het persoonsgebonden budget voor niet-professionele ondersteuning door middel van dezelfde te verstrekken maatwerkvoorziening wordt maximaal 75% van het tarief voor professionele ondersteuning. - De hoogte van het persoonsgebonden budget voor de inzet van het sociale netwerk is 50% van het persoonsgebonden budget voor professionele ondersteuning aangevuld tot het wettelijk minimumloon en de minimumvakantiebijslag indien er sprake is van een overeenkomst van opdracht, met uitzondering van de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep. - de onkostenvergoeding voor een hulp uit het sociaal netwerk als bedoeld in artikel 2 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 bedraagt € 170,- per kalendermaand en dient ter compensatie van de gemaakte kosten (levensmiddelen, reiskosten, kleding en/of schoonmaakmiddelen). De hoogte van het pgb is mede gebaseerd op een door de cliënt opgesteld bestedingsplan. Hieruit moet in ieder geval blijken dat de met het pgb te bieden ondersteuning veilig, doeltreffend en cliëntgericht is, het de goedkoopst compenserende voorziening is en dat de te bieden ondersteuning in redelijkheid geschikt is voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt. Voor zover dit geen onderdeel is van het persoonsgebonden budget voor een zaak, kan het bedrag worden aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering. Reiskosten worden niet vergoed en vormen daarom geen onderdeel van het persoonsgebonden budget. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor dienstverlening kan opgebouwd zijn uit verschillende kostencomponenten zoals salaris, vervanging tijdens vakantie en verzekeringen. Reiskosten worden niet vergoed en vormen daarom geen onderdeel van het persoonsgebonden budget. Er wordt geen pgb verstrekt om diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen te betrekken van een persoon die behoort tot het sociaal netwerk, tenzij dit naar het oordeel van het college, gezien alle relevante omstandigheden, de voorkeur verdient. Daarbij is van belang dat het in ieder geval beperkt blijft tot die gevallen waarin het de gebruikelijke hulp overstijgt en dit aantoonbaar tot betere en effectievere ondersteuning leidt en aantoonbaar doelmatiger is. Een persoonsgebonden budget dient door de cliënt binnen zes maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt. Er kan slechts een persoonsgebonden budget worden toegekend voor de reparatiekosten van een vervoersvoorziening indien - de reparatie niet veroorzaakt is door verwijtbare gedragingen en - de fabrieks- of wettelijke garantie niet van toepassing is. Het college kan nadere regels stellen over het persoonsgebonden budget.

Rechtspraak bij dit artikel